Retour

Explorez tous les épisodes du podcast Architectenweb Podcast

Plongez dans la liste complète des épisodes de Architectenweb Podcast. Chaque épisode est catalogué accompagné de descriptions détaillées, ce qui facilite la recherche et l'exploration de sujets spécifiques. Suivez tous les épisodes de votre podcast préféré et ne manquez aucun contenu pertinent.

Rows per page:

1–50 of 130

TitreDateDurée
Toren van Babel – Gesprek met Marco Peppel over het bouwen van hoogbouw19 Nov 202500:47:51

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Marco Peppel, directievoorzitter van bouwer J.P. van Eesteren en bestuurslid van Stichting Hoogbouw.

Met Marco zoomen we in op de realisatie van hoge gebouwen. Wat zijn de belangrijkste uitdagingen waar je tegenaan loopt bij de uitvoering van hoogbouw? We praten over de historie van bouwbedrijf J.P. van Eesteren. Hoe komt het dat het bedrijf al vroeg een portfolio met hoge gebouwen had, en waar komt die drang naar complexe bouwprojecten vandaan?

Marco vertelt over de complexiteit van binnenstedelijke hoogbouwprojecten, waarbij veiligheid één van de grootste uitdagingen vormt – zoals bij het project KJ-plein in Den Haag, naast een van de drukste stations van Nederland. Bij binnenstedelijke bouwprojecten vormt den bouwlogistiek ook een puzzel. Bij de realisatie van Justus in de Amsterdamse Sluisbuurt heeft J.P. van Eesteren innovatieve oplossingen daarvoor in de praktijk gebracht.

Daarnaast gaat Marco in op het project HAUT, dat we eerder ook bespraken met architect Do Janne Vermeulen en constructeur Mathew Vola. Wanneer is hout nu een goede oplossing bij hoge gebouwen?

Tenslotte hebben we het over haalbaarheid. “De meeste hoogbouwplannen sneuvelen op de tekentafel”, zegt Marco. “Dus bij hoogbouwprojecten moet je de juiste keuzes maken, vanaf het begin.” Luisteren dus!

 

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

 

De foto bij de podcast is gemaakt door Ernst van Raaphorst en toont de door de Architekten Cie. ontworpen woontoren Justus in de Sluisbuurt van Amsterdam.

Gesprek met Sanne van der Burgh en Boudewijn Thomas over het reduceren van materiaalgebonden CO2-uitstoot in gebouwen23 Oct 202501:24:48

Bij MVRDV is de afgelopen vijf jaar onderzoek gedaan naar de materiaalgebonden CO2-uitstoot van gebouwen. Daaruit heeft het bureau verschillende strategieën en tools ontwikkeld die het graag in de branche wil delen. Een gesprek met architecten Sanne van der Burgh en Boudewijn Thomas van MVRDV.

Poster: MVRDV Carbon Guidelines

Tool: CarbonSpace by MVRDV

Bij MVRDV staan Sanne van der Burgh en Boudewijn Thomas aan het hoofd van de afdeling MVRDV NEXT, waarbij dat laatste een afkorting is voor New Experimental Technologies. Het is de afdeling waar het parametrisch ontwerpen op het bureau steeds een stap verder gebracht wordt en waar momenteel ook de nieuwste toepassingen van AI worden getest. Maar vijf jaar geleden is daar ook gestart met een onderzoek naar de materiaalgebonden CO2-uitstoot van gebouwen. Dat startte met hoe dat het beste te meten is, waarbij het eigen portfolio is doorgerekend, en eindigde met het vaststellen van de strategieën hoe de uitstoot stapsgewijs is te verlagen.

In de podcast vertellen Sanne en Boudewijn in detail over wat ze allemaal geleerd hebben. Enkele opvallende bevindingen: een grote uitkraging, zoals bij het woongebouw aan het Westerpark in Amsterdam, of een grillige vorm, zoals bij Valley ook in Amsterdam verhoogt de materiaalgebonden CO2-uitstoot maar met 3%. Fundamenteler zijn de keuzes rond de hoofddraagconstructie en de grootte van de kelder.

Uit hun onderzoek kwam uiteindelijk naar voren dat er een relatie is tussen het gewicht van een gebouw en de materiaalgebonden CO2-uitstoot ervan. Hoe zwaarder een gebouw, hoe hoger de materiaalgebonden CO2-uitstoot, en vice versa. De eerste strategie binnen het bureau is daarom nu om het gewicht van gebouwen te verminderen. Tot 2030 wil het bureau iedere maand zijn portfolio 3 kg / m2 lichter maken. De inzet op biobased materialisering is daarin belangrijk. Net als een streven om ondergrondse parkeergarages te verkleinen en waar mogelijk achterwege te laten.

Een tweede strategie binnen het bureau is om vanaf de start van het ontwerpproces te rekenen aan de materiaalgebonden CO2-uitstoot. Voor de eerste berekeningen bij de start van het ontwerpproces heeft het een eigen tool ontwikkeld – CarbonSpace – dat nu door iedereen gratis te gebruiken is. In deze tool wordt gewerkt met realistische aannames rond de materialisering van gebouwen, waardoor ontwerpers uitgedaagd worden het ontwerp op een fundamenteel niveau door te denken. Kan er meer van het bestaande hergebruikt worden? Kan er meer biobased uitgevoerd worden? Kan het gebouw niet toch iets kleiner? Is die grote kelder wel echt nodig? 

Bij het ontwerp van een bedrijvenpark rond AI in Heilbron heeft het bureau gewerkt met carbon budgetten voor de verschillende gebouwen. Het betekende in de praktijk dat er naast een kostencalculatie ook een materiaalgebonden CO2-calculatie meeliep met het ontwerpproces. Op die manier kon op beide gestuurd worden. Het is een manier van werken die het bureau vaker wil toepassen.

Denkend vanuit materiaalgebonden CO2-uitstoot is het vanzelfsprekend om alles wat er al is zoveel mogelijk her te gebruiken. Het beeld bij deze podcast, gemaakt door fotograaf Xia Zhi, toont het Shenzhen Women & Children’s Center, waarbij  MVRDV erin geslaagd is om een bestaand casco her te gebruiken en zo enorm veel tijdwinst te behalen maar ook enorm veel materiaalgebonden CO2-uitstoot te besparen. 

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC. Halverwege de podcast vertelt Anton Peters van AGC over hun Project Volta waarbij de CO2-uitstoot bij de productie van glas met maar liefst 74% wordt gereduceerd.

Toren van Babel – Gesprek met Aldo Trim over complexe binnenstedelijke hoogbouw09 Apr 202500:59:49

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Aldo Trim, managing architect bij KAAN Architecten.

In deze podcast vertelt Aldo Trim over een sequentie van drie binnenstedelijke hoogbouwprojecten waar KAAN Architecten de laatste jaren aan werkte: de Zalmhaven, SPOT en Lumière.

Allereerst de Zalmhaven. Aldo vertelt over de herstart van dat project in 2016 en hoe het bureau daarbij nauw samenwerkte met Dam & Partners en ook van dat bureau leerde. We praten over de snelheid van het ontwerpproces van de Zalmhaventorens, vanwege veranderende regelgeving, en over de verschillende bouwmethoden die werden toegepast in het project.

In het verlengde van de Zalmhaven werkte Aldo aan SPOT in het transformatiegebied Amstel III in Amsterdam. We bespreken het ontstaan van het initiatief voor SPOT en wat voor stedenbouwkundige benadering daar bij past. Aldo vertelt over de rol van ontwerpers in een dergelijke transformatie, en over het verschil tussen sturen op proces en het sturen op eindbeeld. En we gaan in op de visie van supervisor Don Murphy voor het gebied. 

Tenslotte vertelt Aldo over het plan Lumière in Rotterdam, waarvoor de gemeenteraad onlangs het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Het plan draait niet alleen om de toren van 155 meter hoog, maar vooral ook om de inpassing in de complexe stedelijke context. Het gebouw bevindt zich in het monumentale Lijnbaanensemble, tussen Gebouw Weena en het Cityhouse – beiden van Maaskant. Aldo vertelt over het tot stand komen van het ontwerp, en hoe wind en bouwsnelheid het proces danig hebben beïnvloed. En hij legt uit hoe dit hoogbouwproject met name draait om de inpassing op het maaiveld. 

Luisteren dus! 

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans en Geert Vlieger
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Trude de Vroomen en Angelique Bellemakers over het coöperatief ontwikkelen van woonbuurten17 Dec 202001:07:38

De Knarrenhoven, Space-S en nu Reconsider… Inbo werkt al langere tijd aan projectmatige woningbouw waarin bewoners veel inspraak hebben in hoe hun toekomstige woning en buurt eruit komt te zien. Soms zijn de bewoners zelfs mede-initiatiefnemer van de projecten. Hoe verlopen deze processen en wat levert het precies op?

Trude de Vroomen, architect en partner bij Inbo, is betrokken bij het ontwerp van de Knarrenhoven die door heel Nederland gerealiseerd worden. Angelique Bellemakers, adviseur bij Inbo, was eerder betrokken bij Space-S in Eindhoven en werkt momenteel onder andere aan Reconsider in dezelfde stad – een pilot voor circulaire, sociale woningbouw. In deze podcast spreekt Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, met hen over hoe in deze projecten nauw is / wordt samengewerkt met bewoners en wat dat concreet oplevert in het ontwerp van de woningen en de buurt.

Het concept voor het Knarrenhof is dat oudere bewoners er langer, zelfstandig in hun eigen huis kunnen blijven wonen, binnen de gezamenlijkheid van een hof met bewoners van alle leeftijden. In Zwolle en Hardenberg zijn nu de eerste twee Knarrenhoven opgeleverd. Architect Trude de Vroomen vertelt in de podcast welke keuzes hier zoal samen met de bewoners gemaakt zijn. Door iedere woning aan het hof slechts een 3-4 meter diep terras te geven, blijft in het midden van het blok vanzelf gemeenschappelijke ruimte over, binnen een reguliere dichtheid. Naast deze Knarrenhoven die echt als laagbouw zijn ontworpen, werkt Inbo ook aan Knarrenhoven met een hogere dichtheid. Zo is in Gouda net de bouw gestart van een Knarrenhof van drie lagen.

In het participatietraject voorafgaand aan de bouw van Space-S in Eindhoven, dat voor 90% uit sociale huur bestaat, was het volgens Bellemakers cruciaal dat richting de toekomstige bewoners de financiële en ruimtelijke effecten van keuzes inzichtelijk gemaakt werden. Door de woningen in piepschuim te bouwen kon bijvoorbeeld eenvoudig getoond worden wat het betekent om wel of geen bad in de badkamer te plaatsen. Dan kan de badkamer groter gemaakt worden, maar dat heeft dan wel weer effect op de huurprijs. Verder viel het Bellemakers op dat de toekomstige bewoners hele concrete wensen hadden wat betreft de inrichting van de buurt (doorwaadbaar, kleine hoven, ook veel groen) en de architectuur (grote ramen, bakstenen gevel). Daarbij bewaakte Inbo als architect dat het project goed zou passen in de omgeving van Strijp-S. Onlangs werd Space-S nog een zilveren World Habitat Award toegekend.

Met het Woonbedrijf werkt Bellemakers momenteel ook in Eindhoven aan een pilot voor circulaire sociale woningbouw – Reconsider. Daarbij wordt ieder onderdeel van het woonproject ter discussie gesteld en met toekomstige bewoners besproken… van de woningplattegronden via de hoofddraagconstructie tot de gevel. In plaats van een betonnen casco wordt nu bijvoorbeeld gedacht aan een houten constructie met vloeren uit verstevigd zand. Voor de gevel wordt ingezet op grote leien uit gerecycled kunststof. Een belangrijk aspect verder is hoe de duurzaamheid van het project gedragen kan worden door de bewoners, zowel op de korte als op de lange termijn.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

TechArchitect – Gesprek met Maarten Polkamp over hoe Virtual Reality het ontwerpproces leuker maakt12 Nov 202000:34:16

Door inzet van Virtual Reality gaat het ontwerpproces niet alleen sneller, het is voor alle partijen ook leuker, stelt Maarten Polkamp, architect en mede-oprichter van Personal Architecture. In de vijfde aflevering van onze serie podcasts rond technologische innovatie in samenwerking met de BNA vertelt Polkamp over hoe hij met zijn architectenbureau BIM inzet en in het verlengde daarvan VR.

Bij hun eerste experimenten met Virtual Reality merkte Polkamp dat opdrachtgevers in de virtuele presentatie van het ontwerp ineens andere dingen zagen. Terwijl het ontwerp al uitgebreid in plattegronden en doorsneden besproken was. Dat zette hem aan het denken. Terwijl hij had verwacht dat VR een nieuw presentatiemiddel zou zijn, ontdekte hij dat het vooral ook een samenwerkingsmiddel is.

Ondertussen zet Personal Architecture bij iedere betrokken partij de VR-bril op. Ook in het overleg met professionele opdrachtgevers en adviseurs levert het zien van het ontwerp in Virtual Reality veel op, geeft Polkamp aan. Hoewel hij dat niet had verwacht, zorgt Virtual Reality er ook bij professionals voor dat zij sneller en beter inzicht krijgen in het ontwerp. Waardoor sneller geschakeld kan worden en misverstanden voorkomen worden. Ook aannemers, en hun uitvoerders, laat hij het ontwerp nu in VR zien.

Bovenal merkt Polkamp dat Virtual Reality het ontwerpproces leuker maakt. Iedereen wordt er enthousiast van, vertelt hij, en dat is belangrijke smeerolie in een proces dat op zichzelf al complex genoeg is.

Maarten Polkamp leidt Personal Architecture samen met Sander van Schaik. Vanuit hun kantoor in Rotterdam werken ze aan heel verschillende opgaven, van verbouwingen van woningen tot grotere transformaties en nieuwbouw. Daarnaast ontwikkelt het bureau ook zelf projecten. 

Zo’n tien jaar geleden is het bureau gestart met ontwerpen in BIM. Sinds enkele jaren is VR daar bij gekomen. Als het om BIM gaat is Polkamp kritisch over de rol van installatie-adviseurs. Die zien BIM in zijn optiek nog teveel als iets extra’s in plaats van als de basis van waaruit gewerkt wordt. Ter contrast: constructeurs konden tien jaar geleden al goed met BIM uit de voeten.

TechArchitect
In samenwerking met de BNA maakt Architectenweb acht afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.

Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van parametrisch ontwerpen centraal.

Gesprek met Paul Ketelaars en Ellen van der Wal over het Vakwerkhuis22 Oct 202000:49:46

Wie vanuit de oude binnenstad van Delft over de Sint Sebastiaansbrug richting de campus van de TU Delft beweegt, ziet aan de linkerhand in de nok van het oude ketelhuis nu de naam Vakwerkhuis staan. In de afgelopen jaren heeft Vakwerk Architecten het ketelhuis, dat destijds de energie leverde voor wat toen nog de Technische Hogeschool heette, getransformeerd tot een combinatie van coworking space, café en eigen huisvesting van het architectenbureau. Afgelopen zomer opende het en is het omarmd door alle doelgroepen die het bureau voor ogen had: bewoners, studenten en andere creatieven.

Bij de transformatie heeft Vakwerk Architecten bijna alle rollen in het ontwerp- en bouwproces op zich genomen: financier, opdrachtgever, hoofdaannemer, hoofdgebruiker en eigenaar. Zelfs de tweedehands bouwmaterialen die gebruikt zijn, zijn door het architectenbureau zelf opgekocht. In de podcast vertellen architecten Paul Ketelaars en Ellen van der Wal van Vakwerk Architecten over dit proces. De rol van hoofdaannemer hadden ze van tevoren niet zo bedacht, maar ontstond toen ze geen geschikte partij konden vinden. Daarop besloten ze om het project partieel aan te besteden, wat er uiteindelijk in resulteerde dat zo’n twintig gespecialiseerde partijen de transformatie uitgevoerd hebben.

Het oude ketelhuis bestond uit heel verschillende bouwdelen, waarvan er een aantal een flinke vrije hoogte hadden. Om het karakter van die hoge ruimtes zoveel mogelijk te behouden heeft Vakwerk Architecten ervoor gekozen daar wel een extra verdieping in aan te brengen, maar die als een los meubel in de ruimte te plaatsen, met een eigen trap. Het resultaat is een ensemble waar op de begane grond alle bouwdelen met elkaar verbonden zijn, maar op de verdieping er verschillende ‘eilanden’ zijn. Juist de verdieping is daarmee bij uitstek geschikt als concentratiewerkplek.

In de podcast vertelt Ellen van der Wal verder over het Isala Diaconessenhuis dat het bureau in Meppel heeft ontworpen en dat momenteel in uitvoering is en vertelt Paul Ketelaars over de woning die hij voor zichzelf in Delft heeft ontworpen. En dan gaat het ook nog even over die eigenwijze branding van het bureau.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

TechArchitect – Gesprek met Lennaert van Capelleveen over parametrisch ontwerpen15 Sep 202000:23:35

Parametrisch ontwerpen levert ook bij het ontwerp van gewone gebouwen, zoals schoolgebouwen of woongebouwen, bewijsbaar intelligentere oplossingen op, stelt Lennaert van Capelleveen, architect en mede-oprichter van ArchiTech Company. In deze vierde aflevering van onze serie podcasts rond technologisch innovatie in samenwerking met de BNA vertelt Van Capelleveen over zijn ervaringen met parametrisch ontwerpen en waarom hij denkt dat dit onderdeel is van de toekomst van het architectenvak.

Tot nu toe wordt parametrisch ontwerpen – het niet ‘tekenen’ maar ‘programmeren’ van ontwerpen – vooral ingezet om gebouwen met een complexe geometrie bouwbaar te maken. Maar de software is ondertussen zover dat deze manier van ontwerpen ook toepasbaar is op hele gewone gebouwen. De voordelen zijn voor Van Capelleveen evident: door parametrisch te ontwerpen kunnen voorstellen door de computer vergaand geoptimaliseerd worden en kunnen die optimalisaties vervolgens inzichtelijk gemaakt worden aan opdrachtgevers – die zijn dus bewijsbaar.

Met zijn architectenbureau ArchiTech Company heeft Van Capelleveen meegetekend aan de gevels voor het nieuwe hoofdkantoor van ASML, dat ontworpen is door JHK. De wens om veel daglicht, maar weinig directe zoninstraling, binnen te halen, leverde bij dat project bij iedere gevel heel andere, driedimensionale luifels op –- aangezien iedere gevel natuurlijk een andere oriëntatie op de zon heeft.

Met ArchiTech Company richt Van Capelleveen zich volledig op parametrisch ontwerpen. Momenteel werkt het bureau aan een woontoren in Den Haag, waar het parametrisch ontwerpen ingezet wordt om de plattegrond te optimaliseren op onder andere daglicht en bruto-netto-verhouding, maar ook om windhinder op straat te voorkomen.

Samen met Spring Architecten heeft ArchiTech Company in Den Haag ook een schoolgebouw ontworpen. Hierbij zijn rond de ramen kleine, afgeronde kapjes ontworpen die directe zoninstraling voorkomen. Binnen het ontwerp levert dat een spanning op tussen rechte vormen en afgeronde vormen die Van Capelleveen interessant vindt. Ook in de natuur worden rechte en ronde vormen gecombineerd, stelt hij.

TechArchitect
In samenwerking met de BNA maakt Architectenweb zes afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.

Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van parametrisch ontwerpen centraal.

Gesprek met Nanne de Ru over het tegelijkertijd ontwikkelen en ontwerpen van projecten24 Aug 202000:48:52

In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Nanne de Ru, architect en oprichter van Powerhouse Company, en ontwikkelaar en mede-oprichter van RED Company.

In het gesprek heeft Nanne de Ru het over ‘de excels’ en daarmee bedoelt hij dat bouwprojecten en bouwprocessen alsmaar verder dichtgerekend worden. Dit gebeurt niet alleen bij commerciële projecten, maar bijvoorbeeld ook bij scholen en publieke gebouwen. En dit gaat regelmatig ten koste van de architectuur, maar ook van de positie van de architect. Met Powerhouse Company constateerde hij dat het steeds moeilijker werd om nog een volledige ontwerpopdracht te krijgen.

Vijf jaar geleden besloot De Ru daarom een vlucht naar voren te maken en zelf ook projecten te gaan ontwikkelen. Samen met ontwikkelaar Niels Jansen richtte hij daarom RED Company op. Bij zijn zelf ontwikkelde projecten kon hij voortaan zelf de condities bepalen waarop Powerhouse Company, en alle andere partijen in het ontwerpproces, zouden werken. Maar het belangrijkste is dat hij op deze manier meer echt goede gebouwen kan realiseren, zo legt hij uit.

Als ontwikkelaar kun je een project omlaag redeneren: vanuit een gefragmenteerd proces een zo goedkoop mogelijk gebouw realiseren en dat voor een gemiddelde prijs in de markt zetten. Maar, zo legt De Ru uit, je kunt als ontwikkelaar ook een project omhoog redeneren: vanuit een integraal ontwerpproces een werkelijk goed gebouw realiseren en dat voor een bovengemiddelde prijs in de markt zetten. Op dat laatste zet hij met RED Company in.

De eerste resultaten van die benadering zijn te zien in Hoofddorp, waar hij met zijn teams hoofdkantoren voor Asics en Danone heeft ontwikkeld en ontworpen. Een aantal andere projecten is momenteel in aanbouw. Zoals een honderd meter hoge woontoren in Eindhoven die uit een in onbruik geraakt gebouw van architect Hugh Maaskant omhoog komt. Of een drijvend kantoor in de Rijnhaven van Rotterdam met een volledig houten draagconstructie. 

Ondertussen werkt RED Company ook samen met andere architectenbureaus, zoals Office Winhov, Studio Gang en Mecanoo. In de toekomst wil De Ru dat verder uitbouwen en in het gesprek roept hij architecten dan ook op om – als ze hulp kunnen gebruiken bij het ontwikkelen van projecten – contact met hem op te nemen.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

Gesprek met Femke Feenstra over de coronacrisis in relatie tot de zorg14 Jul 202000:56:54

In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Femke Feenstra, architect en partner van Gortemaker Algra Feenstra Architecten, over de uitbraak van het coronavirus, hoe zorggebouwen voorbereid kunnen worden op een volgende uitbraak, maar ook over de zorg in bredere zin.

Misschien moet ieder ziekenhuisbed in Nederland geschikt gemaakt worden om ook als Intensive Care-bed te kunnen dienen als dat nodig is, stelt architect Femke Feenstra. Als we de capaciteit op de Intensive Care echt willen verhogen, om een volgende uitbraak van dit of een ander virus op te kunnen vangen, dan kan dat wat haar betreft een scenario zijn.

Dat we in Nederland relatief weinig ziekenhuisbedden hebben, in het bijzonder op de IC’s, kan Feenstra goed verklaren. Iedere dag dat een patiënt langer op bed ligt, vertaalt zich in een verlenging van het hersteltraject. Binnen de zorgsector wordt er dan ook breed op ingezet om de ligduur te verkorten. De overcapaciteit aan bedden die er ooit nog was, is er in de loop van de jaren uit bezuinigd. De keerzijde daarvan is tijdens de coronacrisis pijnlijk duidelijk geworden: een piek in het aantal patiënten opvangen is heel lastig. Daar moet echt wat veranderen.

Wat betreft het zo snel mogelijk weer in beweging krijgen van patiënten ziet Feenstra ook nog genoeg ruimte voor verbetering. En architectuur kan daarin echt helpen. Bijvoorbeeld door van de gang een werkelijke prettige ruimte te maken en patiënten te stimuleren hun bezoek niet in hun kamer te ontvangen maar in een interessante ruimte verderop in de gang. Het concept dat Feenstra hiervoor ontwikkeld heeft, noemt ze ‘het reactiverend ziekenhuis’. Op verschillende plekken in Nederland wordt dit al succesvol toegepast.

Waar het bij patiënten op ‘reactiveren’ draait, gaat het bij ouderen om ‘blijvend activeren’ zou je kunnen zeggen. De woning met een voordeur aan de straat moeten we daarin niet vergeten, waarschuwt Feenstra. Er is immers geen eenvoudiger manier dan contact te maken met de buren dan even de voordeur te openen en naar buiten te wandelen. 

De eigen voordeur aan de straat vormt ook het thema bij het woonzorgcentrum dat Feenstra in Zierikzee heeft ontworpen. Door dat gebouw de vorm te geven van een lange slinger konden alle woningen daar aan de buitenzijde een eigen voordeur krijgen. Wel zo prettig en handig. Aan de binnenzijde hebben de woningen daarbij een tweede voordeur die uitkomt op de route langs de verschillende tuinen daar.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

Gesprek met Samir Bantal over de stormachtige ontwikkelingen op het platteland12 Jun 202000:42:38

In deze aflevering gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Samir Bantal, directeur van AMO, over de stormachtige ontwikkelingen op het platteland en de tentoonstelling die hij samen met Rem Koolhaas daarover samenstelde in het Guggenheim Museum in New York.

Uitbraken van virussen in de afgelopen decennia, en ook de huidige uitbraak van het coronavirus, zijn misschien wel de manier waarop de natuur tegen de oprukkende mensheid zegt ‘tot hier en niet verder’, denkt Samir Bantal: we zitten in een proces waarin de hele aarde productief gemaakt wordt voor ons leven in de stad en daar zit misschien wel een grens aan.

De afgelopen jaren werkte Samir Bantal samen met Rem Koolhaas intensief aan de tentoonstelling ‘Countryside. The Future’ die eind februari opende in het Guggenheim Museum in New York. Vanwege de coronapandemie moest het museum enkele weken na de opening van de tentoonstelling zijn deuren sluiten. Het is nog onduidelijk wanneer die deuren weer geopend worden. Om iedereen toch de kans te geven de tentoonstelling te beleven, wordt momenteel gewerkt aan een digitale registratie van de tentoonstelling. Later zal de tentoonstelling trouwens ook naar Europa komen, in ieder geval naar het Arc en Rêve architectuurcentrum in Bordeaux.

In deze podcast vertelt Bantal verder hoe hij aan de tentoonstelling gewerkt heeft en gaat hij in op enkele casestudies die hierin gepresenteerd worden. Door onze fixatie op de stad, lijken we te zijn vergeten dat er ook alternatieven voor zijn, stelt hij. Zo zijn er op het Chinese platteland bijvoorbeeld gemeenschappen gecreëerd die via de Chinese app TaoBao meubels verkopen, direct aan Chinese consumenten. Een andere interessante case is die van de Familistère, die in de Noord-Franse stad Guise gerealiseerd is, en waar ruim 1.700 mensen in een gemeenschap rond een fornuizenfabriek samenwoonde in drie grote gebouwen die van alle gemakken voorzien waren.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

TechArchitect – Gesprek met Jelle Feringa over het 3D-printen van gebouwonderdelen18 Mar 202000:38:38

Het begon met terrazzovloeren met 3D-geprinte patronen erin, maar ondertussen levert Aectual ook 3D-geprinte binnenwanden, trappen en zonwering. Naast het op lijnzaad gebaseerde printmateriaal, waar het mee werkt, experimenteert het bedrijf met het 3D-printen van beton om ook gevelafwerking te kunnen maken.

De 3D-printtechnologie is destijds door DUS Architects ontwikkeld, maar enkele jaren geleden verzelfstandigd in Aectual om specifieke producten aan te kunnen bieden en samenwerkingen aan te kunnen gaan met welke architect dan ook. Aectual is daarmee in ook een voorbeeld van hoe de architectenbranche steeds diverser wordt. Hier vertakt die zich zelfs richting de maakindustrie.

Jelle Feringa leidt als Chief Technology Officer (CTO) bij Aectual de verdere ontwikkeling van de 3D-printtechnologie. Het gaat daarbij om de verdere ontwikkeling van de materialen waarmee geprint wordt, om het doorontwikkelen van de eigen printkoppen, het verder bouwen aan de eigen software, en om het perfectioneren van de bestaande producten en ontwikkelen van nieuwe producten. Dat alles hangt natuurlijk met elkaar samen.

Interessant is dat de printers momenteel overdag vaak ingezet worden voor R&D en dat ze ‘s avonds en in het weekend de productie draaien. In de Nederlandse vestiging van Aectual gaat het daarbij om enkele printers, maar het plan is om de productiecapaciteit de komende jaren flink op te voeren met nieuwe vestigingen in Dubai en de Verenigde Staten.

Gesprek met Robert Winkel over het zelf ontwikkelen van projecten14 Feb 202000:50:09

De besproken aflevering van BinnensteBuiten is hier terug te kijken: https://binnenstebuiten.kro-ncrv.nl/terugkijken/4-oktober-2019.​

Een gebouw bijna volledig uit hout, dat bijdraagt aan de biodiversiteit in de omgeving, en voorzieningen heeft als een gedeelde moestuin en gedeelde mobiliteit… de gebouwen die architect Robert Winkel wil ontwikkelen moeten wel echt iets toevoegen aan de stad en het portfolio van zijn bureau. Anders doet hij het niet. Een echte ontwikkelaar wil hij zichzelf dan ook niet noemen, eerder een architect die regelmatig ook zelf initiatief neemt. “Ik zoek het niet op, maar zeg er ook geen nee tegen.”

Door ook zelf projecten te initiëren kan hij met zijn bureau onafhankelijker opereren en kritischer zijn op waar hij aan werkt. Bij de projecten waarin hij risicodragend participeert ontvangt Mei Architects & Planners een normale ontwerpvergoeding en deelt hijzelf daar bovenop mee in het succes van het project. In een kleinere variant hierop participeert hij met zijn bureau in ruil voor een bonus aan het eind.

Ervaren architectenbureaus kan Winkel het zelf ontwikkelen van projecten aanraden. Hij noemt het ketenintegratie: het naar elkaar toe kruipen van ontwikkelaar en architect maakt het mogelijk om veel sneller te schakelen en intelligenter te acteren. In de podcast vertelt hij wat voor slimmigheden hij bij projecten als het Kaaspakhuis in Gouda en het Spaardersbad ook in Gouda toepaste. Door bijvoorbeeld niet te proberen een programma in een monument te proppen, maar vanuit het monument te kijken wat daar logisch in past.

Volgens Winkel is het juist interessant om bijzondere projecten te ontwikkelen. Niet iedereen wil in een loft in een oud pakhuis of oud zwembad wonen, maar er zijn genoeg mensen die juist op zoek zijn naar zoiets bijzonders en bereid zijn om daar iets extra’s voor te betalen. Wat hem betreft moet je slim nadenken welke niches er zijn en kun je daarop ontwerpen. In zijn optiek verkopen uitgesproken projecten uiteindelijk niet alleen sneller, maar zijn ze ook beter bestendig tegen een mogelijke nieuwe crisis - met het kopen van een reguliere woning wacht je als koper dan sneller, terwijl je dat bijzondere project niet wilt missen.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

TechArchitect – Gesprek met Floor Arons over het uitwerken van projecten in BIM17 Jan 202000:29:21

De Pontsteiger is door Arons & Gelauff architecten helemaal uitgewerkt in BIM, in nauwe samenwerking met de constructeur en installatieadviseur, plus enkele onderaannemers. Het is het grootste project dat het bureau op die manier uitwerkte sinds het zo’n tien jaar geleden BIM omarmde om een grotere rol te kunnen spelen in de uitwerking van hun projecten. In tegenstelling tot sommige andere bureaus koos Arons & Gelauff architecten ervoor om eerst bij bouwers te rade te gaan wat zij uit de BIM-modellen wilden halen. Daarop hebben zij hun werkmethodiek afgestemd. Dat blijkt in de praktijk een succesvolle benadering.

Vanuit de branche zijn regelmatig verhalen te horen over architectenbureaus die niet verder dan tot het DO+ betrokken zijn bij hun projecten, soms eindigt de betrokkenheid zelfs al na een VO+. Dat is niet de betrokkenheid die Arons & Gelauff ambieert. Juist in de verdere uitwerking van het project, wordt het nog beter, kan het ‘rijpen’ in hun ervaring. Bovendien: wie kan het project nou beter uitwerken dan de partij die het bedacht heeft?

Een valkuil bij BIM, geeft architect Floor Arons toe, is om het ontwerp te snel in te veel detail uit te werken. Cruciale details werkt hij met zijn team eerst in eenvoudige tekeningen uit. Pas als er overeenstemming is over dat dat het de juiste oplossingen zijn, worden ze in het BIM-model toegepast. Anders ben je vooral de onduidelijkheid aan het vermenigvuldigen, geeft hij aan.

Zelf begint Arons & Gelauff architecten een ontwerpproces gewoon in SketchUp, maar werkt het daarin wel volgens een BIM-systematiek, zodat dat 3D-model in de loop van het proces met een script omgezet kan worden in een Revit-model, waar het dan met de betrokken adviseurs aan verder werkt. In die scripts ziet Arons trouwens nog veel potentie, omdat die het mogelijk maken parametrisch te ontwerpen, bijvoorbeeld varianten voor het parkeren te genereren. Daar liggen wat hem betreft veel kansen voor architecten.

Gesprek met Job Floris over het ontwerpen van gelaagde architectuur20 Mar 202501:04:34

Na een periode waarin het vooral aan tijdelijke en kleinere projecten werkte, is Monadnock een nieuwe fase ingegaan waarin het ook veel aan woningbouw werkt. Zo heeft het bureau ondertussen woongebouwen ontworpen in Nijmegen, Hilversum, Utrecht en Hannover. Daarbij slaagt het erin om de gelaagde architectuur uit het vroege werk door te zetten in zijn woningbouwprojecten. In gesprek met architect Job Floris over de benadering van het bureau en enkele recente projecten.

Links naar de besproken projecten:

Binnen de plannen voor Hart van de Waalsprong is Monadnock gevraagd om drie belangrijke plekken in het stedelijk weefsel van een hoekaccent te voorzien. Zo wordt de belangrijkste invalsweg gemarkeerd met een ontwerp van Monadnock, krijgt het belangrijkste plein in het centrumgebied een woontoren naar ontwerp van het bureau en wordt straks de entree vanaf het oeverpark tot Hart van de Waalsprong benadrukt door een ontwerp van ze.

In de podcast bespreken we de eerste twee projecten. Aan de invalsweg kondigt woongebouw Crevas het centrumgebied als een soort billboard aan. Het gebouw heeft twee heel verschillende gevels gekregen, die via een hoekaccent met elkaar zijn verbonden. De woontoren die Monadnock verderop in de buurt heeft ontworpen, richt zich in zijn architectuur nadrukkelijk op het centrale plein, geeft dat een richting. De andere zijden van de woontoren zijn eenvoudiger gelaten.

Als de stedelijke situatie daarom vraagt, vindt architect Job Floris het heel logisch om een gebouw er aan de ene zijde anders uit te laten zien dan aan de andere kanten. Hij verwijst daarvoor naar de premoderne architectuur, waarin het heel gebruikelijk was om dat te doen, en heeft bijvoorbeeld van Asnago e Vender, dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw veel realiseerde in Milaan, ook geleerd dat een ontwerp ook een assemblage kan zijn.

In de podcast bespreken we verder wat hij geleerd heeft van Denise Scott Brown en Robert Venturi, van Mathias Ungers, en van Christian Rapp in de periode dat hij daar werkte. Met zijn bureau haalt Job uiteindelijk inspiratie uit architectuur van alle tijden: van de klassieke oudheid via Britse landhuizen tot het Scandinavische modernisme. De culturele dimensie van architectuur moeten we blijven doorvertellen, vindt hij, en dat kan bijvoorbeeld door ideeën, motieven of elementen uit het verleden in nieuwe ontwerpen opnieuw te interpreteren.

Over de gelaagde architectuur die hij met zijn bureau nastreeft, geeft hij aan dat hij het zelf het interessantste vindt om te kijken naar iets dat zich langzaam aan je ontvouwt. Hij voegt eraan toe dat hij denkt dat gebouwen met een gelaagde architectuur langer gewaardeerd blijven.

Na een kortere bespreking van het landmark gebouwtje in Nieuw-Bergen, dat het bureau ruim tien jaar geleden ontwierp, besluiten we de podcast met een gesprek over woongebouw Volante dat Monadnock in Hilversum Nieuw-Zuid heeft ontworpen.

Deze podcast is mede mogelijk gemaakt door AGC.

Gesprek met Florian Idenburg over zijn wereldwijde ontwerppraktijk18 Dec 201900:39:00

Sociale woningbouw in Mexico, een kunstpark in het noorden van de Verenigde Staten, een galerie in Seoul, een museum in Nederland… architect Florian Idenburg (SO-IL) werkt vanuit New York aan projecten over de hele wereld. In deze podcast vertelt hij waarom hij zich, na een periode voor SANAA gewerkt te hebben, juist daar wilde vestigen.

In de projecten die hij met zijn bureau SO-IL doet, zoekt Idenburg altijd naar een vernieuwing van de architectuur. De wereld verandert en dat vraagt in zijn optiek om het continu herdenken van typologieën. Vervolgens wil hij die gemuteerde typologieën ook een nieuwe architectonische uitdrukking geven. Daarbij is in zijn werk een fascinatie voor schermen en transparanties te zien, maar ook voor complex gevormde vlakken. Met dat laatste hoopt hij tot een architectuur te komen die opener is in zijn betekenis, die op velerlei manieren uitgelegd kan worden.

In het gesprek vertelt Idenburg ook hoe het lesgeven aan de Harvard Graduate School of Design zijn bureau op meerdere manieren heeft geholpen om uit te groeien tot wat het nu is. Van het onderzoek naar de werkomgeving dat hij met zijn studenten uitvoerde, verschijnt volgend jaar een boek bij Taschen.

TechArchitect – Gesprek met Johan Hanegraaf over ontwerpen in Virtual Reality14 Nov 201900:26:29

In Virtual Reality kun je als architect, samen met je opdrachtgever en gebruikers, het ontwerp op de juiste schaal, 1:1, beoordelen. Dat zorgt ervoor dat discussies over de oplossingen heel anders verlopen dan wanneer ontwerpen via andere media gepresenteerd worden. Het maakt het mogelijk om sneller, betere beslissingen te nemen. Dat kan dus veel tijdwinst opleveren.

Bij Mecanoo wordt Virtual Reality al enige tijd ingezet in ontwerpprocessen, naast traditionele media als renderingen en maquettes, en merkt Hanegraaf dat het proces daarmee voor alle partijen soepeler verloopt. Veel architecten denken dat het meer iets is voor opdrachters en gebruikers dan voor henzelf, maar ook hen helpt het om ruimtes beter op hun ervaring te toetsen, zo weet Hanegraaf. Door inzet van Virtual Reality worden ontwerpen dus nog beter.

Naast zijn werk bij Mecanoo is Hanegraaf ook betrokken bij start-up Arkio, dat begin volgend jaar software op de markt wil brengen waarin je in Virtual Reality kunt ontwerpen. In de podcast legt Hanegraaf uit hoe dit werkt. In plaats van dat je met een muis en toetsenbord ruimtes vormgeeft, doe je dat met je handen. Dat maakt ontwerpen op die manier eigenlijk ‘natuurlijker’ dan zoals dat nu gebeurd.

TechArchitect
In samenwerking met de BNA maakt Architectenweb zes afleveringen van zijn podcast rond technologische innovatie in de architectenbranche. Deze afleveringen zijn te herkennen aan de extra aanduiding TechArchitect in hun titel.

Vragen die centraal staan in deze serie podcasts zijn: welke nieuwe rollen ontstaan er in de architectenbranche, welke nieuwe vaardigheden zijn nodig, wat is de impact van nieuwe technologie op de ontwerppraktijk? In de hierop volgende afleveringen in deze serie staan onder meer koplopers op het vlak van BIM, parametrisch ontwerpen en 3D-printen centraal.

Gesprek met Laura Atsma over het ontwerp van gezonde interieurs voor kantoren16 Oct 201900:54:52

Het hergebruik van bestaande meubels uit drie vestigingen in een nieuw kantoor, de zoektocht naar een goede akoestiek in open kantoren, de voor- en nadelen van Well-certificering, het stimuleren van de gezondheid van werknemers, de opkomst van non-design… het komt allemaal langs in dit gesprek met Laura Atsma, architect en partner bij Fokkema & Partners.

De genoemde ontwikkelingen worden besproken aan de hand van de interieurontwerpen die Fokkema & Partners heeft gemaakt voor Rijkskantoor De Knoop in Utrecht, Unilever Global Foods Innovation Centre in Wageningen en Edge Technologies in Amsterdam.

In het gesprek benadrukt Atsma hoe leuk haar vak is, bijvoorbeeld als ze haar ontwerpen tot op de sfeerverlichting en de handgreepjes van de kasten kan uitwerken. Maar ze is ook kritisch op opdrachtgevers die bij architectenselecties al om een ontwerp vragen. Daarmee vragen ze aan ontwerpers feitelijk om hun kerncompetentie van tevoren al te leveren. Dat klopt eigenlijk niet, stelt ze. Terwijl er zoveel andere goede manieren zijn om een architect te kiezen.


Gesprek met Robert Mulder over hoe distributiecentra beter ontworpen kunnen worden17 Sep 201900:41:52

Gesprek met Robert Mulder, architect en oprichter van Mulderblauw, over zijn ruime ervaring met het ontwerp van grote distributiecentra. Met een aantal slimme ingrepen, zoals het openen van de hoeken en het laten wegvallen van de docks tegen een donkere plint, weet hij deze enorme gebouwen toch architectonische kwaliteit te geven. Door gebruik te maken van de verschillende standaardmaten van de draagconstructie en gevelpanelen weet hij bovendien daglicht te introduceren in de grote hallen.

De ‘verdozing van ons landschap’ is inmiddels een gevleugeld begrip geworden en Mulder is het ermee eens dat er wat betreft de inpassing van deze grote gebouwen meer gedaan kan worden. Waarom wordt er bijvoorbeeld geen groen landschap omheen ontworpen, om de hoge hallen te verhullen? Maar, zo benadrukt hij ook; lang niet overal nemen nieuwe gebouwen ook nieuwe ruimte in. Zo komt het nieuwe distributiecentrum voor Zalando, dat Mulderblauw in Bleiswijk ontwerpt, op de plek te staan van twee oude hallen.

Een opgave die richting de toekomst alleen maar groter wordt is de bezorging van pakketjes in de stad. Volgens Mulder is het niet onaannemelijk dat de huidige bezorging, met allemaal verschillende busjes, echt gaat veranderen en dat de bezorging veel meer gecombineerd gaat worden, vanuit hele nieuwe, misschien wel gestapelde distributiecentra aan de rand van de stad. Met zijn bureau doet hij momenteel onderzoek naar zo’n nieuw type distributiecentrum aan de rand van Amsterdam.

Gesprek met Marc Koehler over woningbouw waarin de wensen van bewoners centraal staat19 Jul 201901:00:02

Gesprek met Marc Koehler, architect en oprichter van Marc Koehler Architects, over hoe het concept voor Superlofts is ontstaan, hoe het zich in de tijd heeft ontwikkeld en wat voor unieke woningen het oplevert. Ook gaat hij in op de bredere rol die het bureau daarbij in het ontwerpproces speelt, als mede-initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar. Maar het bureau verzorgt ook de marketing van het woonconcept. Koehler sluit af met een pleidooi voor 'open bouwen': een manier van bouwen in de traditie van Habraken, die niet alleen circulair en natuurinclusief is, maar gebouwen en woningen ook veel flexibeler maakt.


Gesprek met Sander Ros over het ontwerp van scholen en innovatie in de bouw01 Jul 201900:38:27

Gesprek met Sander Ros, algemeen directeur en architect bij RoosRos Architecten, over opvolging binnen een familiebedrijf, hun succes in de scholenbouw en het architectenbureau van de toekomst. Daarnaast wordt ingezoomd op het ontwerpen van het bureau voor de studentenhuisvesting op de campus van de TU Delft, het hoofdkantoor van Besix in Dordrecht en de Spaaihoeve – een school zonder traditionele klaslokalen.

Gesprek met David Gianotten over de nieuwe koers van OMA en hun actuele projecten in Nederland02 May 201901:01:58

Gesprek met David Gianotten, managing partner – architect bij OMA, over de bredere rol die het bureau nu op zich neemt, over zijn persoonlijke drijfveren, en over projecten als het Bajes Kwartier in Amsterdam, de nieuwe Kuip en het gebied eromheen in Rotterdam, en het Taipei Performing Arts Centre in Taiwan.

Toren van Babel – Gesprek met Francesco Veenstra over de ruimtelijke opgaven in Nederland 26 Feb 202501:17:46

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect Francesco Veenstra, Rijksbouwmeester en mede-oprichter en partner van Vakwerk Architecten.

In de podcast gaat Francesco in op de ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat, gezien vanuit zijn positie als Rijksbouwmeester. We spreken over de rol van het College van Rijksadviseurs en de zojuist benoemde nieuwe leden van het college – de nieuwe collega’s van Francesco.

We praten over de Nederlandse traditie van de ruimtelijke ordening en over de lange tijdshorizon – honderd jaar – waarop dit College van Rijksadviseurs heeft ingezet. We hebben het ook over de breedte van het werk van een Rijksbouwmeester – en wat de instrumenten zijn die hij heeft om in te zetten. Wat is de status van de adviezen van een Rijksbouwmeester? En we spreken over het huidige gefragmenteerde politieke landschap, en hoe daarin als Rijksbouwmeester te opereren. En over de vraag of we niet te gefocust zijn geraakt op het proces in plaats van het resultaat?

En natuurlijk hebben we het over de woningbouwopgave. Waar moeten al die extra woningen komen: in de bestaande stedelijke gebieden of in de wei? We hebben het over het meenemen van de ‘reële waardering’ en ‘echte kosten’ bij het ‘bouwen in de wei’. En over de vraag hoe hoger bouwen en verdichten past in de ruimtelijke opgaven waar Nederland voor staat. Luisteren dus!

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Geert Vlieger
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Daan Roggeveen over zijn werk in Nederland en in China13 Feb 202501:01:18

Een hotel waarin de gedeelde ruimtes niet beneden zitten maar boven, een museum met een meanderende indeling die een midden vindt tussen een dwingende enfilade en een open plattegrond, een gebiedstransformatie die niet gestuurd wordt door vastgestelde bouwenveloppen maar door vuistregels… architect Daan Roggeveen weet met zijn bureau MORE Architecture zowel gebouwen als gebieden te her-denken.

Een grote maquette waarin met elkaar de toekomst van het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord geschetst werd, speelde een sleutelrol in het bepalen van de vuistregels die de verdichting van het gebied nu gaan sturen, vertelt Daan in de podcast. Het grootste deel van het gebied, winkelcentrum Boven ‘t Y, is nu één tot drie lagen hoog. Door dit gebied te verdichten met veel nieuwe woningen en ook andere functies, kan een centrumgebied ontstaan dat ook ‘s avonds en in het weekend levendig is. Als die verdichting kavel voor kavel gebeurt, hoe zouden de woontorens zich dan tot elkaar moeten verhouden, maar vooral ook richting de straat? Dat soort vragen werden in de grote maquette onderzocht, samen met iedereen die bij het gebied betrokken is.

Eerder waren al meerdere pogingen gedaan om het Buikslotermeerplein via een traditioneel top-down stedenbouwkundig plan te verdichten. Deze plannen stranden keer op keer, onder andere omdat deze onvoldoende rekening hielden met het gefragmenteerde eigendom in het gebied. Geïnspireerd door de flexibele zoning codes in buitenlandse steden als New York en São Paulo, stelde Daan met zijn team voor om de transformatie van dit gebied te begeleiden met een aantal vuistregels. Dat bleek uiteindelijk voor iedereen te werken en afgelopen december heeft de gemeenteraad van Amsterdam de vuistregels vastgesteld.

Een van de vuistregels is om de woontorens, die in het gebied nu kunnen verrijzen, iets terug te leggen van de straat. Dat voorkomt windhinder, maar beperkt ook de visuele impact ervan op straatniveau. In de podcast benadrukt Daan dat voor de beleving op straat de vormgeving van de onderste paar lagen het belangrijkste is; de plint moet transparant genoeg zijn, daarin moeten ook programma’s komen die buiten de winkeltijden voor reuring zorgen, daar moeten auto’s en fietsen op een elegante manier geparkeerd kunnen worden, enzovoorts.

Daan heeft tien jaar in China gewoond en gewerkt. Na zijn afstuderen aan de TU Delft in 2002 heeft hij enkele jaren als architect in Nederland gewerkt. De stormachtige verstedelijking in China trok hem samen met zijn vrouw in 2008 naar Shanghai, waar hij kort bij MADA s.p.a.m. werkte en daarna samen met journalist Michiel Hulshof onderzoek deed naar de verstedelijking van China. Dat onderzoek resulteerde uiteindelijk in het boek ‘How the City moved to Mr. Sun’. Iets later richtte hij samen met architect Robert Chen zijn bureau MORE Architecture op in Shanghai.

Tot de belangrijkste werken van MORE Architecture in China behoren een compact hotel op een bergkam in de regio Anji, op drie uur rijden van Shanghai, en een compact museum in een voorstad van Jiaxing, op een half uur rijden van Shanghai. Beide opgaven vroegen om het omdenken van de bekende typologie ervan, legt Daan in de podcast uit. Dat soort creatieve uitdagingen liggen hem en zijn bureau.

In China kregen Daan en zijn vrouw twee kinderen. Toen die de schoolgaande leeftijd bereikten, kwam voor hen Nederland weer in beeld; daar wilden ze hun kinderen naar school laten gaan. In 2019 opende Daan daarom de Amsterdamse vestiging van MORE Architecture en sindsdien richt hij zich vooral op hun projecten hier in Nederland. 

Naast stedenbouwkundige plannen werkt hij met zijn groeiende team ook aan talloze gebouwontwerpen. In het Zomerhofkwartier (ZOHO) in Rotterdam is de eerste woningbouw naar ontwerp van MORE Architecture in aanbouw. In het stationsgebied van Heemskerk werkt hij met zijn team aan verschillende ensembles van&

Toren van Babel – Gesprek met Jalal Fitoury over de gevels van hoogbouw29 Jan 202500:52:29

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Jalal Fitoury, Chief Technical & Innovations Officer van gevelbouwer Permasteelisa Group.

Jalal vertelt over zijn eerste baan als constructeur en hoe hij via het project ‘De Rotterdam’ – ontworpen door OMA – in contact kwam met Scheldebouw – onderdeel van de Permasteelisa Group. Permasteelisa werkt internationaal aan prestigieuze gebouwen, en is onder meer verantwoordelijk voor de gevels van het Timmerhuis, ontworpen door OMA, The Shard in Londen door Renzo Piano Building Workshop, en het Tai Kwun Centre in Hong Kong en de Roche Toren in Basel door Herzog & de Meuron.

Jalal vertelt over de specifieke uitdagingen van het bouwen van gevels van hoge gebouwen en hoe Permasteelisa opereert als consultant en als aannemer als het om gevels gaat. We hebben het over de verschillen tussen de Londense en Nederlandse markt; verschillen wat betreft bouwcultuur, bouwbudget, maar ook veiligheideisen. En we praten over innovaties in de gevelbouw op het gebied van duurzaamheid en energieopwekking, en over de toepassing van nieuwe materialen.

Ook hebben we het over de kansen om hoge gebouwen te vernieuwen door het transformeren of verbeteren van de gevel. Jalal vertelt over een project in London waar de bestaande gevel stap voor stap wordt ontmanteld, de gevelelementen vervolgens vernieuwd worden in de fabriek in Middelburg, om daarna weer teruggeplaatst te worden. En tenslotte praten we over de razendsnelle carrière van Jalal. Wat is zijn geheim? Luisteren dus!


Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Tim Vermeend over bouwen met hout15 Jan 202501:24:24

Als je echt goed wilt worden in het ontwerp van houten gebouwen dan moet je, net als een topsporter, daarop trainen – trainen – trainen. Daarom heeft architect Tim Vermeend er enkele jaren geleden voor gekozen om met zijn bureau Urban Climate Architects enkel nog aan houten en houthybride gebouwen te werken. In deze aflevering van de Architectenweb Podcast een diepgaand gesprek over bouwen met hout en de ontwikkeling die dat doormaakt.

Deze podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

Als het om bouwen met hout gaat, onderscheidt Tim verschillende generaties. In de eerste generatie werden houten gebouwen eigenlijk net zo geconstrueerd als we dat eerder bij betonnen gebouwen deden. Met dikke platen CLT, dus relatief veel hout. In de tweede generatie wordt het houtgebruik geoptimaliseerd met constructies uit kolommen en balken, en worden verschillende soorten hout gebruikt.

In de derde generatie worden kolommen toegepast zónder deze nog te hoeven combineren met balken; die dragen dus rechtstreeks de vloeren. In de vierde generatie wordt hout waar dat kan vervangen door vezelgewassen. Door daar harde plaatmaterialen van te maken, kunnen die toegepast worden in binnenwanden, maar ook in vloeren. Die delen in een CLT-vloer die het minst bijdragen aan de draagconstructie kunnen volgens Tim ook vervangen worden door vezelgewassen.

Het meest ambitieuze houtbouwproject dat Urban Climate Architects tot zover heeft ontworpen is The Urban Woods in Delft. Dat zit tussen de tweede en derde generatie houtbouw in, vindt Tim, en wordt momenteel gebouwd. Het woongebouw wordt tien verdiepingen hoog en bevat een aantal innovaties. Zo wordt de stabiliteit opgelost via diagonalen in de gevel, zodat de kern ook in hout uitgevoerd kan worden. Dat scheelt een hele bouwfase, legt Tim uit. Ook wordt in het project CLT toegepast waarin oude pellets zijn verwerkt. Dit product is mede door TNO ontwikkeld en Tim denkt mee hoe dit product doorontwikkeld kan worden. De toepassing van dit CLT in dit woongebouw in Delft is een wereldwijde primeur.

In CLT wordt tot nu toe altijd nieuw hout verwerkt. In de MPG wordt er momenteel ook vanuit gegaan dat hout aan het eind van zijn levensduur verbrand wordt. In de praktijk wordt goed hout natuurlijk niet zo snel verbrand, maar het wordt wel vaak gedowncycled. Als het lukt om een productieproces te creëren waarin tweedehands hout, zoals dat van pellets, verwerkt kan worden tot CLT, dan hebben we het echt over een upcycling, legt Tim in de podcast uit. Volgens hem is dit goed mogelijk. Het zou de houtindustrie op z’n kop zetten.

De houten vloeren in The Urban Woods worden afgewerkt met een cementvloer waarin de vloerverwarming opgenomen is. Net zo heeft het gebouw nog wel een betonnen parkeerkelder en betonnen balkons. In een project kun je niet op alle vlakken tegelijk innoveren, vindt Tim. In volgende projecten hoopt hij bijvoorbeeld wat betreft die balkons weer een vervolgstap te kunnen zetten. Maar hij benadrukt ook dat bouwen met hout maar een middel is. Het gaat erom dat we de CO2-uitstoot van onze gebouwen drastisch omlaag brengen. Nu. En daarvoor zet hij sterk in op de toepassing van biobased materialen. Maar wie weet wat de toekomst ons brengt?

Het beeld bij de podcast, dat het door Urban Climate Architects ontworpen project The Urban Woods in Delft toont, is gemaakt door De Beeldenfabriek.

Gesprek met Karin Dorrepaal en Saskia Oranje over het opschalen van duurzaam bouwen12 Dec 202401:00:24

Kan het herhalend toegepast worden? Dat vragen architecten Karin Dorrepaal en Saskia Oranje van DOOR architecten zich af bij ieder idee om gebouwen duurzamer te bouwen of te verbouwen. Oplossingen hebben volgens hen namelijk pas echt zin als ze opgeschaald kunnen worden. Want, geloven ze, op het moment dat de duurzame bouwstroom zo’n 25% is van de totale bouwstroom, dan zal er een omslag plaatsvinden en gaat de rest ook mee. Met dat doel voor ogen werken ze iedere dag om de bouwpraktijk stapje voor stapje duurzamer te maken.

In de podcast vertellen Saskia en Karin over het duurzame gemeentehuis dat ze samen met Ector Hoogstad Architecten in de Krimpenerwaard ontwerpen. Het wordt een volledig houten gebouw. Maar minstens zo interessant vinden ze dat er ook tweedehands materialen in worden verwerkt die via de lokale milieustraat verzameld worden. Zo wordt het gemeentehuis van iedereen, vertellen ze trots. Daarbij wordt het gemeentehuis ingezet om een stukje platteland te transformeren in een park met hoge natuurwaarde.

Met DOOR architecten, dat deze maand zijn tienjarig jubileum viert, werken Karin en Saskia aan allerlei opgaven. Zo zijn de architecten bijvoorbeeld langdurig betrokken bij de huisvesting van de gemeente Eindhoven. Maar met hun team werken ze ook in verschillende steden aan de grootschalige renovatie van sociale woningbouw. 

In Amsterdam Zuidoost worden naar hun ontwerp bijvoorbeeld de laatste twee honingraatflats gerenoveerd: Geldershoofd en Gravestein. Van deze twee tegenover elkaar gelegen flats worden de gevels geïsoleerd, de installaties vernieuwd, de entrees gerenoveerd en de gesloten plinten geopend door toevoeging van onder andere maisonettes.

Waar bij de renovatie van andere honingraatflats de grote schaal van de woongebouwen is doorbroken door in de architectuur iedere entree te benadrukken, vonden de architecten het bij deze laatste twee flats belangrijk om de grote schaal in tact te laten, zodat het unieke karakter van deze architectuur behouden zou blijven voor de toekomst. 

Misschien wel belangrijker dan de bouwkundige vernieuwing van het complex is de sociale transformatie die er ook is ingezet, denken Saskia en Karin. Naast sociale huur wordt een deel ook middenhuur, terwijl weer een ander deel koopwoningen wordt.

In Amsterdam Zuid werken de architecten aan de vernieuwing van het Rivierenhuis, een haakvormig flatgebouw vlakbij het Mirandabad. In de nu zeer gesloten plint van dit gebouw komt met de renovatie aan de stadszijde ruimte voor voorzieningen voor de buurt, terwijl aan de parkzijde nieuwe plintwoningen komen. Ook aan de parkzijde komt een gemeenschappelijke woonkamer, van waaruit er zorg wordt verleend aan kwetsbare bewoners, maar die ook door de buurt gebruikt kan worden.

Het Rivierenhuis stamt uit 1964 en wordt in deze renovatie vanaf het betonnen casco helemaal opnieuw opgebouwd. In nauwe samenwerking met de sloper wordt er gewerkt om zoveel mogelijk van het geoogste materiaal te hergebruiken.

In de podcast benadrukken Saskia en Karin een aantal keer hoe belangrijk ze het vinden dat de oplossingen die bedacht worden herhaalbaar zijn. Standaardisatie vinden veel architecten een vies woord, geven ze aan, maar zij niet. Zij zien het als een middel om op grote schaal architectonische kwaliteit te realiseren. We kunnen niet steeds het wiel blijven uitvinden, vinden ze; we moeten duurzame oplossingen herhalen en stapelen, zodat we verder en verder komen.

Toren van Babel – Gesprek met Richard Koek over Haagse hoogbouw04 Dec 202400:57:16

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is stedenbouwkundige en landschapsarchitect Richard Koek, expert stedenbouw bij gemeente Den Haag.

We gaan in gesprek over de geschiedenis van hoogbouw in Den Haag en de rol die hoge gebouwen spelen in de stad. We hebben het over de erfenis van Rob Krier en hoe hij het denken over hoogbouw in de stad heeft beïnvloed. En we hebben het over transformatiegebieden als de Binckhorst en Laakhavens, waar de komende jaren een stevige verdichting gaat plaatsvinden.

Maar we hebben het uiteraard ook over het nieuwe hoogbouwbeleid van gemeente Den Haag; over het al dan niet aanwijzen van hoogbouwlocaties, over het belang van openbare ruimte bij hoogbouw, en waar een goed hoog gebouw in Den Haag aan moet voldoen.

Tenslotte hebben we het over Richards overstap van Rijnboutt naar gemeente Den Haag. Hoe heeft hij die overstap ervaren? En op welke opgaven wil hij zich nu in de stad richten? Luisteren dus!

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.


Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Dirk van Peijpe over Getijdenpark M4H, De Kaai en Hofbogenpark20 Nov 202401:08:20

In het gesprek met stedenbouwkundige en landschapsarchitect Dirk van Peijpe van De Urbanisten draait het om klimaatadaptatie. Hoe kunnen we regenwater opvangen, vasthouden, zuiveren en gebruiken voor de bevloeiing van stadsnatuur? En hoe kunnen we via getijdenparken een deel van de natuurwaarde die onze delta ooit had terugbrengen en opnieuw beleefbaar maken?

Van de natuur die de Rotterdamse delta anderhalve eeuw geleden nog had, is waarschijnlijk nog maar 4% over, vertelt Dirk in de podcast. Maar als we ons Rotterdam voorstellen als een Nationaal Park en er een groot getijdenpark van zouden maken, dan komt die natuur snel terug. Dan is het zelfs niet ondenkbaar dat een hele oude vissoort als de Steur straks weer in de stad te vinden is.

In de Keilehaven in M4H is nu een eerste getijdenpark naar ontwerp van De Urbanisten gerealiseerd. Op andere plekken in Rotterdam is de oever ook al verzacht of gaat dat binnenkort gebeuren. Maar het mag veel ambitieuzer, vindt Dirk. Zo zijn de nieuwe parken in de Rijnhaven en Maashaven nog niet ontworpen op het creëren van natuurwaarde op hun oevers, wat volgens hem wel mogelijk is.

Overal waar dat kan, moeten we van harde kades terug naar gradiënten, zoals hij het omschrijft, waar de getijden kunnen inwerken op zachte of getrapte oevers. Dat oeverlandschap moet overal worden verbonden met natuurlijke onderwaterlandschappen. De Keilehaven in M4H is voor het getijdenpark daar plaatselijk verondiept en voorzien van onderwater schuilplaatsen voor schelpen en vissen.

Door de klimaatverandering krijgen we in Nederland te maken met heviger regenval en langere perioden van droogte. Dat betekent concreet dat we regenwater in de stad beter willen kunnen opvangen, zuiveren en opslaan, om het later te kunnen gebruiken voor de irrigatie van stadsnatuur. In Rotterdam wordt het eerder door De Urbanisten ontworpen waterplein Benthemplein daartoe nu gekoppeld aan het Hofbogenpark, waarvan de uitvoering begin 2025 start. Het in het waterplein opgevangen water wordt gezuiverd in het park en vervolgens in watervoerende lagen in de grond opgeslagen om in periodes van droogte te kunnen gebruiken voor de irrigatie van het park.

Een vergelijkbaar systeem ontwerpt De Urbanisten nu ook voor De Kaai, het voormalige terrein van Unilever op de kop van Feijenoord waar het samen met Mecanoo aan werkt. In dat hoogstedelijke gebied wordt regenwater straks opgevangen op de daken, in een sponstuin gezuiverd, om vervolgens gebruikt te kunnen worden voor de irrigatie van de natuur in het gebied en op de kades. Ook bij De Kaai moet trouwens weer een stukje getijdenpark gerealiseerd worden.

Op plekken in de stad waar weinig ruimte is, zijn waterpleinen heel geschikt om bij hevige regenval tijdelijk water te kunnen bergen. Met hun topografie zijn die waterpleinen ontzettend interessante plekken voor de buurt, vindt Dirk. Waar meer ruimte is, kan de wateropgave gecombineerd worden met de realisatie van nieuwe natuur.

Over die natuur raakt Dirk bijna niet uitgepraat. Dat is wat hem betreft de opgave van de komende periode, dat we niet alleen voor ons als mensen ontwerpen maar ook voor de planten en dieren. Dat is straks ook het belangrijkste verschil tussen de High Line in New York en het Hofbogenpark: het lineaire park in Rotterdam is niet alleen ontworpen voor mensen maar ook voor dieren als vleermuizen, egels, padden en dergelijke.

Toren van Babel – Gesprek met Daan Zandbelt over hoogbouw als emotie10 Nov 202400:55:54

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect en stedenbouwkundige Daan Zandbelt, partner bij De Zwarte Hond en bouwmeester bij AM.

Daan Zandbelt vertelt in dit interview over zijn onderzoeken naar menging, verdichting en hoogbouw. Hij vertelt over een onderzoek naar de Nederlandse hoogbouwcultuur waarin duidelijk werd dat de keuze voor hoogbouw in Nederland vaak gebaseerd is op emotie – en niet zozeer op puur rationele argumenten, zoals je zou verwachten.

Onder de titel ‘Out There’ maakt De Zwarte Hond bookazines rond actuele opgaven. In deze serie publiceerde het bureau onlangs ‘De Toekomst is Nabij’, dat ingaat op de kansen van verdichting rond stationslocaties. In de podcast gaat Daan in op de Alexanderknoop in Rotterdam, als voorbeeld van een stationsgebied waar verdicht gaat worden, en vertelt over het verschil tussen rust, ruis en reuring in de stad, termen die hij in zijn periode als Rijksbouwmeester muntte.

In de podcast pleit Daan voor het verdichten met middelhoge gebouwen. Hij vertelt over het Parijse voorbeeld van ‘Les Habitations à Bon Marché’: betaalbare woningen in zes tot acht lagen, als alternatief voor hoogbouw. Tenslotte praten we over zijn rol als supervisor in het Arenagebied in Amsterdam. Want in die hoedanigheid neemt hij beslissingen over de rol en positie van hoge gebouwen in een complex deel van de hoofdstad. Luisteren dus! 


Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans en Geert Vlieger

Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Toren van Babel – Gesprek met Marianne Loof over verstandig verdichten rondom stations15 Oct 202500:50:54

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect en stedenbouwkundige Marianne Loof, medeoprichter van LEVS architecten, en Spoorbouwmeester.

Marianne vertelt over de inzichten die vier jaar Spoorbouwmeesterschap haar hebben opgeleverd. En natuurlijk over de vraag: wat doet een Spoorbouwmeester eigenlijk? Maar we gaan vooral in op het onderwerp van verdichten en hoogbouw rondom stationslocaties. 

Bij en rondom veel stations in Nederland wordt verdicht door het stapelen van complexe programma’s op de ‘postzegel’ rondom het spoor. Kan dat niet simpeler?

Marianne vertelt ook over de noodzaak tot ‘ademruimte’ rondom het spoor: leidt de verdichting van vandaag niet tot fysieke en infrastructurele problemen rondom het spoor in de stad van morgen? 

We hebben over de woningbouwtypologie in de verdichtingsplannen, en het type hoogbouw dat daar nu ontstaat. En we praten over de relatie tussen investeringen in binnenstedelijke verdichting en de investeringen in infrastructuur. Want is Nederland nu eigenlijk een treinland, of een autoland? Luisteren dus!


Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen

Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

De luchtfoto bij deze podcast toont Den Haag Centraal en omgeving. Het copyright van de foto ligt bij de gemeente Den Haag.

Toren van Babel – Gesprek met Fenna Haakma Wagenaar over woonkwaliteit in hoogbouw 09 Oct 202400:59:59

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect Fenna Haakma Wagenaar, hoofdontwerper bij de gemeente Amsterdam. 

In deze aflevering gaat Fenna in op woonkwaliteit in relatie tot de woningplattegrond. Maar we praten ook over haar jeugd in de Bijlmer; hoe het is om op te groeien in een hoog gebouw. Fenna vertelt over de invloed die dat had op haar latere werk als ontwerper en op haar afstudeerproject – dat inzette op het verder verdichten van de Bijlmermeer. 

Fenna werkte jarenlang als architect in Londen. We praten over haar rol in de Architecture and Urbanism Unit van de Greater London Authority daar, en over de London Housing Design Guide waar ze aan werkte. In deze Design Guide was de inzet om te komen tot breed gedragen kwaliteitsverbetering van de woningbouw. 

Ze vertelt over haar terugkomst naar Nederland en de stand van de woningbouw die ze aantrof. We hebben het over de relatie tussen stedenbouw en architectuur, en de rol van de building envelop. En we bespreken hoe je bij kleinere appartementen toch goede woningen kan maken, en hoe dat werkt in hoogbouw. Luisteren dus! 

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com 

Gesprek met Erik Moederscheim over ruimte laten binnen strategische visies12 Sep 202400:58:12

Onlangs hebben Erik Moederscheim en Ruud Moonen, de oprichters van MoederscheimMoonen Architects, een tweede bureau gelanceerd dat zich richt op de initiatief- en conceptfase van projecten: Scope Spatial Strategy. Een gesprek met architect Erik Moederscheim over het hoe en waarom van dit nieuwe bureau en de eerste projecten waar het bureau aan gewerkt heeft.

De ontwikkeling van een strategische visie voor een ensemble van vier hybride stadsblokken in Amsterdam Sloterdijk, ruimtelijke onderzoeken en visies voor de politie, een quick scan van winkelcentrum De Heuvel in Eindhoven en toetsing van de radicale visie van MVRDV daarvoor, een strategische visie voor verschillende zorglandgoederen van Ipse de Bruggen, een strategische visie voor CM.com Circuit Zandvoort… allemaal projecten waar Moederscheim met zijn team van Scope Spatial Strategy in de afgelopen jaren heeft uitgevoerd.

In de podcast legt Moederscheim uit dat vanuit MoederscheimMoonen Architects al regelmatig dergelijke strategische visies ontwikkeld werden, en dat Moonen en hij deze activiteiten nu willen uitbouwen in dit nieuwe bureau. We moeten veel beter het grotere geheel in ogenschouw nemen, stelt hij, en daarbij nadrukkelijk ook voorbij het ruimtelijke domein alleen kijken: welke maatschappelijke ontwikkelingen zijn er, wat is de economische drager, welke partijen hebben hier belangen en welke kant wijzen die op… de blik op het grotere geheel moet daarbij gecombineerd worden met een blik op de lange termijn. Aan dergelijke strategische visievorming is steeds meer behoefte, ziet Moederscheim.

Een belangrijk speerpunt van Scope Spatial Strategy is om visies te ontwikkelen die ruimte laten voor voortschrijdend inzicht. In de podcast komt Moederscheim daar een aantal keer op terug. Zo was de inzet in Sloterdijk om de bouwenveloppen voor de hybride stadsblokken niet te strak te maken, zodat er letterlijk bewegingsruimte blijft om gebouwen bijvoorbeeld een draagconstructie van hout te geven. Terwijl ze aan de visie voor Ipse de Bruggen werkten, merkte hij dat de manier waarop we tegen bestaande gebouwen aankijken aan het veranderen is. Slopen willen we eigenlijk niet meer. Visies moeten enerzijds helder de ruimtelijke en programmatische kwaliteit van plekken definiëren, maar anderzijds ook ruimte bieden om in de invulling daarvan in te spelen op de nieuwste inzichten.

Toren van Babel – Christian Rapp over hoogbouw in Berlijn, Den Haag en Antwerpen 28 Aug 202401:05:25

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect Christian Rapp, medeoprichter van bureau Rapp + Rapp, en stadsbouwmeester van Antwerpen.

Christian vertelt over zijn studie in Berlijn, en over de kritische reconstructie van die stad onder leiding van Hans Stimmann. Hij legt uit hoe hij in de jaren tachtig in Nederland terecht is gekomen. Hij gaat in op zijn ervaringen bij Rem Koolhaas en Hans Kollhoff, en de verschillen én overeenkomsten tussen beide architecten. Hij vertelt over het werken aan woongebouw Piraeus, met Hans Kollhoff, en de start van Rapp + Rapp. 

Rapp + Rapp was in Den Haag verantwoordelijk voor het centrum van Ypenburg, maar ook voor woongebouw ‘De Kroon’. Christian vertelt over beide projecten, en wat de uitdagingen waren in het ontwerpproces. Hij vertelt over de inpassing van De Kroon in het stedenbouwkundig plan van Rob Krier (dat eerder al ter sprake kwam in de podcast met Jos Melchers), en over de slimme prefabricage van de gevel. 

Tenslotte spreken we over de rol van Christian als stadsbouwmeester in Antwerpen. Voor welke verdichtingsopgave staat Antwerpen, en hoe wordt er daar omgegaan met hoogbouw? Luisteren dus! 

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Paul van Bergen over de verduurzaming van gebouwen17 Jul 202401:07:13

De duurzaamste gebouwen van de afgelopen decennia… bij een belangrijk deel daarvan was Paul van Bergen, bouwfysisch adviseur bij DGMR, betrokken. Het begon allemaal bij het meedenken over het ontwerp voor Villa VPRO en leidde tot betrokkenheid bij innovatieve projecten als het TNT Centre in Hoofddorp en Energy Academy Europe in Groningen. Momenteel is hij bijvoorbeeld betrokken bij de vernieuwing van De Nederlandsche Bank en de Tweede Kamer.

Door het volume compact te houden, te organiseren rond een atrium, het echt te ontwerpen op de zon, het te voorzien van passieve en actieve zonwering… kunnen de installaties in een gebouw sterk verkleind worden. Maar door de hoge eisen die tegenwoordig aan het binnenklimaat gesteld worden, met minimale toegestane variaties in temperatuur, kunnen we niet meer zonder installaties, stelt Van Bergen in de podcast, ook al zou hij het zelf misschien ook liever anders zien. 

De opwarming van het klimaat zet het bouwfysisch ontwerp van gebouwen daarbij verder op scherp. Gebouwen zullen sterker dan voorheen ook actief gekoeld moeten kunnen worden, bijvoorbeeld via een WKO. Iets anders dan technische oplossingen ziet hij ook niet. Wat nu in utiliteitsbouw al veel toegepast wordt, zoals gebouwbeheersystemen met automatische zonwering, zal ook zijn weg vinden naar de woningbouw, voorspelt hij.

Na 34 jaar als adviseur werkzaam te zijn geweest, waarbij hij de afgelopen 24 jaar ook een van de directeuren was van DGMR, heeft Paul van Bergen op 1 juli 2024 een stap teruggezet. Een goed moment om terug te kijken op hoe onze visie op duurzaamheid zich in de afgelopen decennia ontwikkeld heeft en hoe de verhouding tussen architecten en adviseurs is veranderd.

Waar adviseurs voorheen gevraagd werden om te reageren op een ontwerp, worden ze tegenwoordig al van tevoren om input gevraagd, constateert Van Bergen. Het ontwerpproces is daarmee veel integraler geworden, de gebouwen ook steeds beter. 

Tussen al die adviseurs is de architect degene die alle kennis integreert, die er een ruimtelijk aantrekkelijk geheel van maakt. Architecten vervullen een cruciale rol en zouden zich wat hem betreft daarom ook wel wat minder bescheiden mogen opstellen. Zeker bij grote tenders ziet hij de architectonische kwaliteit steeds meer lijden onder de complexiteit van alle gestelde eisen. Pak de regie terug, moedigt hij architecten aan, en hervind de focus op de architectonische kwaliteit.

We kunnen ons momenteel nauwelijks nog voorstellen dat er een tijd is geweest dat atria nog niet standaard in utiliteitsgebouwen werden opgenomen. In de opkomst van de toepassing van atria heeft Van Bergen een sleutelrol gespeeld. In de podcast vat hij de voordelen ervan samen en deelt hij tips hoe deze het beste toegepast dienen te worden.

Enkele andere onderwerpen die in de podcast ook de revue passeren: de voordelen van de Well-certificering, de ontwikkeling van kennis binnen bureaus, hoe te strakke stedenbouwkundige kaders een goed bouwfysisch ontwerp ook in de weg kunnen zitten, de meerwaarde van geventileerde dubbele gevels, en de opkomst van carbon based design.

Toren van Babel – Gesprek met Ronald Huikeshoven over hoogbouw binnen gebiedsontwikkeling04 Jul 202400:52:29

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Ronald Huikeshoven, directievoorzitter van gebiedsontwikkelaar AM.

In de podcast vertelt Ronald over zijn geboorteplaats Amsterdam en hoe de stad dramatisch is veranderd de afgelopen decennia. Hij legt uit hoe hij vanuit zijn interesse voor renovatie eerst in de bouw en vervolgens in de projectontwikkeling terecht is gekomen. Ronald vertelt over zijn tijd als bestuurslid bij Stichting Hoogbouw en hoe de discussie over en het perspectief op hoogbouw het afgelopen decennium is veranderd.

Ronald legt uit welke rol hoogbouw inneemt binnen de portefeuille van AM en vertelt hoe hoogbouw niet los te zien is van de gebiedsontwikkeling waarin deze gerealiseerd wordt. We bespreken hoe thema’s als wellbeing en social impact zich verhouden tot hoogbouw. We bespreken of wonen in hoogbouw eigenlijk wel betaalbaar is voor iedereen en we hebben het uiteraard over de haalbaarheid van hoogbouwprojecten. Luisteren dus! 

 

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com 

Gesprek met Willemineke Hammer en Roemer Pierik over 50 jaar EGM architecten20 Jun 202400:59:29

Dit jaar viert EGM architecten haar 50-jarig bestaan. In deze podcast een gesprek met twee architecten en partners van het bureau, Willemineke Hammer en Roemer Pierik, over de geschiedenis van het bureau, over enkele actuele projecten, en over de toekomst.

EGM architecten ontstond in 1974 als een fusie tussen de bureaus van Gerard Gerritse en van Wout Eijkelenboom en Bram Middelhoek. Het was een fusie tussen een bureau met een meer architectonische inslag en een bureau met een meer bouwtechnische inslag, vertelt Hammer in de podcast. Het brede bureau dat zo ontstond was bij uitstek toegerust om bijvoorbeeld academische ziekenhuizen te ontwerpen, waar het ook vrijwel direct aan kon werken.

De breedte die destijds in het bureau ontstond – architectuur, projectmanagement, bouwtechniek – wordt nog altijd gekoesterd. Die breedte kan het nu bijvoorbeeld goed kwijt de total engineering opdrachte, die het bureau steeds vaker krijgt. Maar omdat opdrachten regelmatig ook beperkter zijn, stelt het bureau zijn bouwtechnische kennis en vaardigheden ook beschikbaar voor anderen, via powered by EGM. Zo heeft het bureau het ontwerp van MAD voor Fenix II helemaal uitgewerkt.

In de podcast bespreken we het ontwerp van EGM architecten voor het nieuwe hoofdgebouw van het Radboudumc in Nijmegen: een gestapeld ziekenhuis waarin bezoekers en gebruikers zich via panoramaliften en ruime trappenhuizen door het gebouw bewegen. De verzamelde kennis rond healing environment is in het ziekenhuis op alle schaalniveaus uitgewerkt: van het uitzicht op het groen en de stad daarachter via de tekeningen van dieren uit de omgeving op de muren tot de activerende inrichting van de patiëntenkamers en de verdiepingen daaromheen.

Zorg vormt nog altijd de helft van het portfolio van EGM architecten. Maar het bureau werkt dus ook aan heel veel andere opgaven. Zo werkt het momenteel aan de uitbreiding van Eindhoven Airport en heeft het in Rotterdam-Noord een woongebouw ontworpen dat een interessant perspectief biedt op de verdichting van negentiende-eeuwse buurten.

Als het om de digitalisering van het architectenvak gaat, was EGM architecten er vroeg bij. Het bureau had al in 1975 een eerste computer, zo groot als een kamer, waarin de financiele administratie, projectkosten en urenadministratie werd geautomatiseerd. Momenteel experimenteert het bureau volop met parametrische ontwerpen en generative design, wat toch ook aan AI grenst. Het bureau was er ook al vroeg bij als het om de integratie van VR in ontwerpproecessen gaat. Dat gebruikt het bureau nog steeds. Maar het bureau merkt dat het dat niet altijd in hoeft te zetten. In een vergadering op een groot scherm met elkaar door een real-time gerenderd project bewegen is vaak voldoende. Dan ziet iedereen aan tafel waar het om gaat.

Al die techniek maakt heel veel mogelijk, maar levert nog geen compleet ontwerp op. Daarvoor is ook vormgeving nodig, architectonische vormgeving, die inspeelt op de menselijke beleving van het gebouw.

Toren van Babel – Gesprek met Francine Houben over hoogbouw en communities05 Jun 202400:53:51

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Francine Houben, founding partner en creative director van Mecanoo.

Francine vertelt over de start van Mecanoo begin jaren tachtig met de winst van de competitie voor het Kruisplein in Rotterdam – een plan waarmee ingezet werd op een diversiteit aan woningtypen. In 1989 volgde een plan voor de eerste woontoren van het bureau: de Hillekop in Rotterdam Zuid, met een waaiervormige plattegrond geïnspireerd door Aalto’s Neue Vahr.

Francine gaat vervolgens in op de eerste plannen voor de Wilhelminapier in Rotterdam en over het ontstaan van woontoren Montevideo. Ze vertelt over de inspiratiereis naar de Verenigde Staten met de opdrachtgevers en welke ideeën de groep mee terug naar Nederland nam.

Ze pleit voor goede sociale woningbouw en hoe die volgens haar ook in hoogbouw een plek kan krijgen. Met haar bureau realiseerde ze onlangs in Kaohsiung, Taiwan, een torencomplex met sociale woningbouw waarin de bewoners een heel aantal ruimtes binnen en buiten met elkaar delen.

Francine vertelt ook over de vernieuwing van De Nederlandsche Bank in Amsterdam en de uitdagingen die daarbij komen kijken. Tenslotte hebben we het over poetry: een onderwerp dat in het nieuwe boek van Mecanoo People Place Purpose Poetry nadrukkelijk aan de orde komt.


Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

De foto's bij de podcast tonen de hoogbouw met sociale woningbouw die Mecanoo in Taiwan heeft ontworpen. De foto's zijn gemaakt door architectuurfotograaf Ethan Lee.

Gesprek met Harro de Jong over het delen van echte landschappen20 May 202401:19:49

Een duinlandschap bovenop een dak in Amsterdam, een buitenplaats aan de rand van de Veluwe, een herontwikkeld landgoed in Arnhem en twee nieuwe eilanden in de uiterwaarden van de Rijn… landschapsarchitect Harro de Jong werkt met zijn Buro Harro aan een grote diversiteit aan opgaven. Het gaat wel steeds om het delen van het landschap door een groep bewoners of gebruikers en om het ontwerp van een écht landschap: een stuk boslandschap, een stuk duinlandschap, een stuk heidelandschap, enzovoorts. 

Als Harro dan ziet dat mensen in een van de door hem en zijn team ontworpen landschappen gaan zitten en zich ontspannen, of teruggeven dat het voelt alsof ze permanent op vakantie zijn… daar doet hij het voor!

Zijn ultieme doel omschrijft hij als een echt landschap met wat lekkers erin. Dat lekkers kan dan de vorm hebben van kunst of architectuur. In het tijdelijke Bartokpark tegenover cultuurverzamelgebouw Rozet in Arnhem werd een stuk heidelandschap uit de Veluwe gecombineerd met een enorm beeld van een liggend aardvarken. Zoiets dus. Op Buitenplaats Koningsweg, aan de rand van de Veluwe, zijn tien architectonische buitenhuisjes gerealiseerd die zich verstoppen in het bos: verdiept in de grond, vermomd als iets anders, of opgetild tussen de boomkruinen. Zoiets dus ook.

Samen met kunstenaar Hans Jungerius stond Harro aan de basis van de ontwikkeling van Buitenplaats Koningsweg. Het oude kazerneterrein net ten noorden van Arnhem is in de afgelopen vijftien jaar omgevormd tot een culturele enclave / landschappelijke woonbuurt / architectonisch vakantiepark. Alle hekken rond de buitenplaats zijn weg, er is een openbaar landschap ontstaan – precies wat de initiatiefnemers voor ogen hadden.

In de TV-serie Van Bunker tot Buitenhuis worden de verschillende lagen van de buitenplaats besproken: de geschiedenis als Nazi-vliegveld, de verschillende kunstzinnige gebruikers nu, het ontwerp en de bouw van de buitenhuisjes, het landschap van de Veluwe, enzovoorts. Een aanrader. Buitenplaats Koningsweg is ontwikkeld door Kondor Wessels Projecten. Voor het masterplan ervan heeft Buro Harro samengewerkt met MVRDV, dat ook 21 woningen bij de entree van de buitenplaats heeft ontworpen.

De meeste mensen willen helemaal geen eigen tuin, stelt Harro in de podcast: ze willen ruimte en uitzicht. In plaats van eigen tuinen te realiseren, is het wat hem betreft veel interessanter om een stuk landschap met elkaar te delen. Dan kun je het beheer ervan uitbesteden. Bovendien kun je met elkaar ook al snel wat extra’s doen. Het stukje duinlandschap dat hij bovenop een woongebouw aan de Groenmarkt in Amsterdam ontwierp, is voorzien van een gezamenlijk zwembad. Voor het herontwikkelde Landgoed Klingelbeek geldt hetzelfde, dat heeft een natuurzwembad op de oever van de Rijn. Als je de kosten daarvan met vijftig huishoudens deelt, zoals bij Landgoed Klingelbeek het geval is, is zoiets al snel haalbaar.

Als je dan aan een echt landschap woont of werkt, dan wil je dat landschap ook tot de gevel laten komen. Dat vraagt om een architectuur die helder omkadert is. Bij de gebouwen op Landgoed Klingelbeek vallen de buitenruimtes en balkons binnen de architectonische volumes. Dat werkt daar heel goed. Op Buitenplaats Koningsweg is bij de buitenhuisjes voor eenzelfde harde omkadering gekozen, maar is bij de permanente woningen ingezet op helder begrensde terrassen. Dat werkt in die context ook goed.

Aan het eind van de podcast gaat het gesprek ook nog over Meinerswijk in Arnhem. In de uiterwaarden van de Rijn worden daar nu twee eilanden gerealiseerd waar 400 woningen op worden gebouwd. Ook aan deze ontwikkeling stond Harro weer aan de basis. In samenwerking met opnieuw Kondor Wessels worden hier op de eilanden verschillende buurten gerealiseerd.

Toren van Babel – Gesprek met Jos Melchers over binnenstedelijke verdichting en hoogbouw12 May 202400:56:42

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Jos Melchers, directeur gebiedsontwikkeling bij de gemeente Rotterdam en bestuurslid van Stichting Hoogbouw. 

Voordat hij bij de gemeente Rotterdam aan de slag ging, werkte Jos jarenlang bij ontwikkelaar MAB aan binnenstedelijke ontwikkelingsprojecten. We praten onder meer over de ontwikkeling van De Resident en het Wijnhavenkwartier in Den Haag. We bespreken de opzet van het stedenbouwkundige plan door Rob Krier en hebben het over het perspectief van de gebruiker in dit soort ontwikkelingen. 

En we praten over de verdichting van de Wilhelminapier in Rotterdam, en specifiek het gebouw De Rotterdam dat Jos vanuit MAB ontwikkelde. Hij vertelt over het ontstaan van het concept voor De Rotterdam, de samenwerking met OMA en over de lange ontwikkeltijd van dit zeer grote en complexe gebouw. Maar ook over de lessen die er uit de ontwikkeling van dit gebouw getrokken kunnen worden.

En uiteraard kijken we vanuit Jos’ huidige functie in Rotterdam naar de ambities van de stad. We hebben het over de betekenis van ‘goede groei’ en over de verdichtingsopgave in de stad. En over de rol die hoogbouw daarin speelt. Luisteren dus!

 

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek:  Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

De foto bij de podcast is gemaakt door Guido Pijper.

Gesprek met Felix Claus over hoe je je bij ieder project op één ding moet concentreren17 Apr 202401:00:12

Onlangs maakte architect Felix Claus bekend dat hij afscheid heeft genomen van het architectenvak. In een gesprek blikken we terug op zijn werk, van de start van Claus en Kaan Architecten, via de productieve jaren negentig en jaren nul, en de splitsing van het bureau, tot de focus op integrale, complexe projecten in de afgelopen periode.

Het werk van Felix Claus is zo veelzijdig en omvangrijk dat het onmogelijk is om het in een gesprek van een uur volledig te bespreken. Daarom beperken we ons tot een aantal aspecten ervan en een selectie van projecten.

We spreken over zijn leermeester Rudy Uytenhaak, over de samenwerkingen met eerst Kees Kaan en later Dick van Wageningen, over zijn manier van ontwerpen, hoe je je binnen de Nederlandse context bij ieder project maar één ding kunt doen en over het lesgeven aan bijvoorbeeld de ETH Zürich.

In het gesprek gaan we op een drietal projecten nader in. De eerste is het kerkje dat Claus heeft ontworpen aan een dijkweggetje vlakbij Schiphol, in Rijsenhout. Het is kerkje dat volledig opgetrokken is uit in het werk gestort beton, met een elegante kerktoren en sculpturale spuwers. Vanwege een uitbreiding van Schiphol moest er een nieuw kerkgebouw komen. Doordat Schiphol Real Estate de opdrachtgever was, had Claus grote vrijheid om er een bijzonder gebouw van te maken.

Op IJburg heeft Claus een kantoorgebouw ontworpen met extra grote verdiepingshoogte, een riant trappenhuis en XXXL-ramen gevat in de grootste prefab betonnen kaders die over de weg vervoerd konden worden. Met extra diepe negges in die betonnen kaders om het echt goed te krijgen. Het gebouw was bedoeld als huisvesting van de Amsterdamse vestiging van Claus en Kaan Architecten, maar kon dankzij zijn opzet als multi-tenant gebouw tijdens de kredietcrisis eenvoudig per verdieping aan andere bedrijven verhuurd worden. De bovenste verdieping is op een gegeven moment omgevormd tot appartement voor Claus zelf, de podcast hebben we er opgenomen.

We spreken tenslotte ook over het ontwerp voor de nieuwe huisvesting voor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) op Utrecht Science Park, wat nu bijna af is. Het is een enorm gebouw, meer dan 70.000 vierkante meter groot, waarvan een derde ingericht is als laboratorium. Een gebouwhoog atrium dat aftakkingen heeft naar de verschillende gevels verbindt alles en iedereen met elkaar.

Claus woont afwisselend in Amsterdam, Parijs en Tokyo. Aan het eind van de podcast spreken we over zijn liefde voor die laatste twee steden. In Tokyo heeft hij met zijn vrouw ook een woning ontworpen – niet in beton maar volledig in staal.

Een bloemlezing van Felix’ werk is te vinden op zijn eigen website: felixclaus.com

TC heeft een goed boek gemaakt over zijn werk, dat is een aanrader.

De bij de podcast gebruikte foto van het door Claus ontworpen kantoor op IJburg is gemaakt door fotograaf Christian Richters.

Toren van Babel – Gesprek met Stephan Sliepenbeek over hoogbouw in Amstel III17 Sep 202500:52:37

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is stedenbouwkundige Stephan Sliepenbeek, hoofdontwerper bij gemeente Amsterdam. 

Onderwerp van gesprek is een nieuw hoogstedelijk gebied in Amsterdam: Amstel III. Dit kantorenpark uit de jaren tachtig wordt in hoog tempo getransformeerd tot een gemengd stuk stad, met hoogbouw als belangrijkste typologie. In de podcast spraken we al eerder over Amstel III met supervisor Don Murphy en architect Aldo Trim.

Dit gesprek gaat nadrukkelijk in op het stedenbouwkundig plan van Amstel III. Stephan vertelt over het ontstaan van de plannen voor het gebied en hoe de rol van de gemeente daarin veranderde van faciliterend naar meer richtinggevend. Hij vertelt over de relatie, de werkwijze en het belang van vertrouwen tussen gemeente en marktpartijen. En hij legt uit dat er een relatief licht pakket van eisen wordt gebruikt in het sturen op kwaliteit.

We hebben het ook over de programmamix en de voorzieningen: hoe verhouden de woninggroottes zich tot de rest van de stad, en hoe zit het met het aanbod in de plinten? En we bespreken hoe andere hoogstedelijke gebieden kunnen leren van de experimentele werkwijze in Amstel III. Luisteren dus!


Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com 

Toren van Babel – Gesprek met Carolien Schippers over hoogbouw in New York03 Apr 202401:03:33

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Carolien Schippers, oprichter van CAS

Carolien is een absolute ervaringsdeskundige op gebied van hoogbouw. Ze werkte bij Foster & Partners, OMA en BIG aan (zeer) hoge gebouwen over de hele wereld. Ze woonde jarenlang in New York, waar ze voor BIG aan superhoogbouw werkte. We praten over een aantal van deze opmerkelijke gebouwen, hoe ze tot stand kwamen, en hoeveel ruimte er voor architectuur is in deze gebouwtypologie. 

Daarbij hebben we het ook over de New York Zoning Law, die al deze hoogbouw mogelijk maakt. Hoe werkt de zoning law in vergelijking met de Nederlandse hoogbouw regelgeving? Wat is de rol van air rights, hoe werken incentives? Carolien pleitte eerder al voor het gebruik van zoning in Nederland en gaat in de podcast verder in op wat we ervan kunnen leren.

Tenslotte vertelt Carolien over haar nieuwe hoogbouwonderzoek Core Issues, waarin ze pleit voor hoogbouw als culturele en architectonische opgave. Luisteren dus!


Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie:  Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Geert Vlieger
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

De bij de podcast getoonde foto van The Spiral in New York is gemaakt door Carolien Schippers.

Gesprek met Tobias Verhoeven over duurzame stedelijke verdichting14 Mar 202401:01:51

Weinig ontwikkelaars zijn zo ambitieus als Synchroon. In 2030 wil de project- en gebiedsontwikkelaar de CO2-uitstoot van zijn bouwprojecten gehalveerd hebben en zo Paris Proof zijn. Daarbij zet Synchroon ook stevig in op circulair en natuurinclusief bouwen, en stuurt het op schoonheid. Afgelopen jaar is het ontwikkelteam van Synchroon gegroeid, want het bedrijf wil blijven bouwen. “Dat zijn we verplicht aan al die woningzoekenden.”

Ter compensatie van de CO2-uitstoot van zijn eigen projecten is Synchroon enkele jaren geleden gestart met het planten van bomen in Nederland, Bolivia, Ethiopië en Oeganda. Dat was wel even schrikken, vertelt Tobias Verhoeven van Synchroon: hoeveel CO2 er uitgestoten werd en hoeveel bomen er daarom aangeplant moest worden. Ondertussen staat de teller op meer dan 500.000 aangeplante bomen.

In een eerste reactie hierop wilde Synchroon in 2030 klimaatneutraal zijn. Maar na de eerste doorrekeningen daarvan bleek dat te ambitieus. Nu werkt het hard om in 2030 de CO2-uitstoot gehalveerd te hebben en dan Paris Proof te zijn. Ieder project binnen Synchroon krijgt daarom nu naast financiële kaders ook een CO2-budget mee.

Vanuit de overheid zou er actief op CO2-uitstoot gestuurd moeten gaan worden en zou er een eenduidige rekenmethode voor vastgelegd moeten worden, stelt Verhoeven in de podcast. De huidige onduidelijkheid bemoeilijkt het gesprek in de branche over bijvoorbeeld de materiaalgebonden CO2-uitstoot en werkt daardoor remmend. Terwijl we juist moeten versnellen en innoveren. Vanuit TBI, waar Synchroon onderdeel van is, is voor de innovaties de Klimaattrein gelanceerd. In dit programma worden innovaties en initiatieven ondersteund die helpen om de CO2-uitstoot van onze gebouwde omgeving te verminderen.

Verhoeven ziet dat architecten ook beginnen te rekenen aan de CO2-uitstoot van hun projecten, maar vindt dat de architectenbranche daarin wel moet versnellen. Architecten moeten daar meer kennis over in huis hebben, stelt hij.

Binnen Synchroon wordt ook steeds meer gesproken over de schoonheid van de gebouwde omgeving. Want pas als iets echt mooi is, willen we het behouden, en is iets pas echt duurzaam, benadrukt Verhoeven. Binnen projecten wordt bij Synchroon daarom aan het begin vastgelegd wat voor schoonheid er gerealiseerd moet gaan worden. Gedurende het ontwerp- en bouwproces wordt die ambitie er steeds bijgepakt. Die schoonheid hoeft niet per se meer te kosten, denkt Verhoeven, het gaat wat hem betreft vooral om aandacht.

Synchroon werkt met allerlei architectenbureaus samen. Hoe worden die geselecteerd? In de podcast legt Verhoeven uit dat bij ieder project steeds een passende architect gezocht wordt. Ieder project is anders en kent een andere afweging daarin. Bij sommige projecten worden de ontwerpen op een bepaald moment overgenomen door een uitwerkbureau, bij andere projecten dienen architecten het project zover uit te kunnen werken dat de aannemer er direct mee verder.

Alweer acht jaar geleden is Synchroon samen met de BNA het Next Step Program gestart om jonge architectenbureaus in hun groei een volgende stap aan te bieden. Naast een geldprijs ontvangen de winnaars ook een opdracht van Synchroon. Van de vier winnaars tot nu toe werken er ondertussen drie aan een opdracht voor Synchroon.

Het beeld bij de podcast is een impressie van het concept dat Synchroon heeft ontwikkeld om de stadsranden te verdichten. Dit concept is ‘Gangen’ genoemd en is samen met &Bogdan en Flux Landscape ontwikkeld. De inzet van het concept is om het landschap rond de steden te versterken, en de verrommeling ervan te stoppen, door de stadsranden daaraan echt te ontwerpen. Een deel van de opbrengst van die stedelijke ontwikkeling kan geïnvesteerd worden in de verbetering en bescherming van het landschap. Synchroon is momenteel aan het kijken of het een eerste stadsrand volgens dit concept kan realiseren.

Gesprek met Cécilia Gross over het nieuwe Olympisch zwembad in Parijs15 Feb 202400:59:48

Voor de Olympische Spelen in Parijs, komende zomer, wordt één nieuw stadion gerealiseerd en dat is ontworpen door VenhoevenCS en Ateliers 2/3/4. In deze podcast gaat Michiel van Raaij, hoofdredacteur van Architectenweb, in gesprek met Cécilia Gross, architect en partner van VenhoevenCS, over het ontwerp voor het Olympisch zwembad en de spectaculaire houten overkapping die daar deel van uitmaakt. Met balken van maar 55 cm hoog wordt een overspanning van 90 meter gehaald – door het hout op trek te belasten.

Het leek uit het niets te komen, de winst van VenhoevenCS in de aanbesteding voor het Olympisch zwembad in Parijs. Maar het Amsterdamse bureau had al tien jaar eerder besloten om de Franse markt te betreden en had al aan meerdere aanbestedingen van sportcentra meegedaan – tot dan zonder succes. Of beter gezegd: zonder winst, want door de aanbestedingen had het bureau wel een netwerk opgebouwd in Frankrijk en was het in beeld bij opdrachtgevers van sportcentra.

Hoe lukte het om deze aanbesteding te winnen? “Je moet het beste team zijn”, vertelt architect Cécilia Gross in de podcast. In Ateliers 2/3/4 had VenhoevenCS een co-architect gevonden die op dezelfde manier werkt en vergelijkbare doelen nastreeft. Verder waren een goede bouwer, goede adviseurs en een goede exploitant aan boord. Want het ging bij het Olympisch zwembad om een DBFMO: Design, Build, Finance, Maintain & Operate. Na de bouw houdt het consortium het Olympisch zwembad nog 20 jaar in beheer.

Het belangrijkste doel van het ontwerpteam was daarom om een sportcentrum te ontwerpen dat de komende 20, nee zelfs 100 jaar, goed gebruikt zou worden. Gewoon een heel goed sportcentrum dat ook geschikt zou zijn om er een paar weken Olympische zwemwedstrijden in te organiseren waar 6.000 mensen naar komen kijken. Zo omschrijft Gross het in de podcast.

Het gebouw moest daarom in de eerste plaats een goed sportcentrum worden dat de komevan betekenis zou zijn voor Saint-Denis, de voorstad in het noorden van Parijs waar het ligt. Een gebouw dat daarbij ook geschikt zou zijn om een paar weken te gebruiken als Olympisch zwemstadion. Zo omschrijft Gross het in de podcast.

Na de Olympische Spelen zal het zwembad gebruikt blijven worden als officiële trainingslocatie van bijvoorbeeld de duikers. In de twee lagen onder het zwembad is ruimte gemaakt voor een oefenzwembad, wellness, fitness en bouldering (klimmen zonder touwen). Een centrale entree met restaurant betrekt de verschillende programmaonderdelen tot elkaar en stimuleert onderlinge interactie.

Terug naar het grote zwembad. In het ontwerp van de houten overkapping daar hebben VenhoevenCS en Ateliers 2/3/4 een aantal hele slimme ingrepen gedaan waardoor “een bloedmooie ruimte” is ontstaan die tegelijkertijd enorm duurzaam is. De meeste energie in een zwembad gaat naar de lucht boven het zwemwater, legt Gross in de podcast uit, waardoor het zaak was die ruimte te verkleinen. Het ontworpen hangende dak doet precies dat, terwijl vanaf de tribunes aan de zijkant nog steeds goed zicht is op het water. Door de houten dakconstructie op trek te belasten bleek die maar 55 cm hoog te hoeven zijn. Met die beperkte hoogte wordt maar liefst 90 meter overspannen.

Gesprek met Oana Bogdan en Jan Peter Wingender over de lage honoraria in België en de wankele cao in Nederland31 Jan 202400:58:34

Het gemiddelde uurtarief van architecten in België ligt ongeveer half zo hoog als het gemiddelde uurtarief in Nederland. Dat maakt het vakgebied in België weinig aantrekkelijk om in te werken, stelt architect Oana Bogdan (&Bogdan). In Nederland liggen de uurtarieven nu nog op een goed niveau doordat de lonen van architecten vastgelegd zijn in een algemeen geldende cao. Maar om die algemeen geldigheid te behouden, dient de BNA meer dan zestig procent van alle architecten te vertegenwoordigen. En daar dreigt het nu mis te gaan, waarschuwt Wingender. Zonder cao kunnen we volgens hem qua uurtarieven zo in de situatie van België belanden.

Het uurtarief van architecten in België behoort tot de laagste van West-Europa. Daarom werken architecten in België veel meer uren dan architecten in de omringende landen, significant meer dan architecten in Nederland. Dat is gebleken uit eerder onderzoek door de Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) en de Architect’s Council of Europe.

Waar het gemiddelde uurtarief in Nederland richting de 120 euro per uur gaat, blijft die in België regelmatig steken onder de 60 euro per uur, vertelt Bogdan in de Architectenweb Podcast. Dat staat een gezonde bedrijfsvoering van architectenbureaus in de weg en maakt het vakgebied voor werknemers weinig aantrekkelijk om in te werken. Talentvolle ontwerpers ziet ze dan ook massaal vertrekken naar andere vakgebieden.

Waar een startend architect in Nederland bij een fulltime werkweek nu zo’n 2.700 euro bruto verdient, zit een startend architect in België maar net boven het minimumloon. Door als (schijn)zelfstandigen te werken, houden startende architecten in België er nog iets aan over. Maar het is te weinig om goed van te kunnen leven, verklaart Bogdan. Jonge architecten in België zijn genoodzaakt om bij hun ouders te blijven wonen of op hun studentenkamer, want een eigen woning kunnen ze niet betalen.

De lage honoraria in België hebben volgens Bogdan meerdere oorzaken. Het begint erbij dat architecten hun werk te graag doen. Verder kent België relatief lage vastgoedprijzen. Dat drukt de honoraria van architecten. Daarbij komt een grote concurrentie tussen architectenbureaus, ook op tarieven. Er is altijd wel een jong bureau dat het voor minder wil doen.

‘Zonder cao gaan we ook in Nederland op uurtarief concurreren’
In Nederland is er nu nog een algemeen geldende cao voor de architectenbranche. Doordat alle architectenbureaus zich aan die cao moet houden, liggen de uurtarieven voor architecten in Nederland nog op een goed niveau, stelt Wingender. In Nederland concurreren bureaus maar voor een klein deel op arbeidskosten; ze concurreren voor het grootste deel op hun visie, hun aanpak, hun diensten, en dergelijke. Op prijs-kwaliteit dus in plaats van enkel op prijs.

De cao wordt uitonderhandeld door de BNA en de vakbonden. De BNA consulteert daarbij eerst haar leden. Hoewel de BNA in basis ook alle werknemers in de branche vertegenwoordigt, onderhandelt de cao-delegatie van de BNA in dat proces formeel namens de werkgevers in de branche. Zolang het percentage architect-werknemers van BNA-bureaus meer dan zestig procent bedraagt van alle architecten die in loondienst werken kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de cao algemeen verbindend verklaren. Maar bij de BNA is die zestig procent in gevaar, mede als gevolg van de uitdagende markt momenteel. Het is op het randje, waarschuwt Wingender. Veel architectenbureaus zijn zich niet van dat risico bewust.

Zonder cao zullen architectenbureaus ook in Nederland op uurtarief gaan concurreren, waarschuwt hij. Een situatie als in België, met echt te lage uurtarieven, is dan ook denkbaar in Nederland.

Gesprek met Jeroen Zuidgeest over de Oostflank van Rotterdam18 Jan 202400:51:02

Aan de Oostflank van Rotterdam komen 30.000 woningen, met alle voorzieningen die daarbij horen, plus ruimte voor makers, een rivierpark, een nieuwe sneltram, een nieuwe brug, en nog veel meer. Jeroen Zuidgeest is architect, stedenbouwkundige en oprichter van Studio for New Realities en werkte met zijn team de afgelopen jaren samen met de gemeente Rotterdam aan de overkoepelende visie voor de Oostflank. In de podcast vertelt hij uitgebreid over de plannen, maar gaat hij daarnaast ook in op de benadering van zijn bureau, dat door alle schalen werkt: van strategische visies voor stadsdelen, via masterplannen voor gebieden, tot aan gebouwen.

De overkoepelende visie voor de Oostflank betreft de gebieden tussen Prins Alexander en Zuidplein. Het gaat dan om Alexanderknoop, Boszoom / Lage Land / Prinsenland, Kralingse Zoom, De Esch, Feyenoord City, Bloemhof / Hillesluis en Hart van Zuid. De visie voor de Oostflank is onlangs goedgekeurd door de gemeente Rotterdam en wordt nu vastgelegd als een gedeeltelijke herziening van de Omgevingsvisie voor deze gebieden.

Samen met de gemeente Rotterdam heeft Studio for New Realities de afgelopen jaren gewerkt aan de visie. In de podcast vertelt Jeroen over de uitdagingen in de Oostflank en de ambitie die nu is geformuleerd. Zo vertelt hij dat er rond de OV-knooppunten ruimte is voor verdichting in de vorm van hoogbouw, maar dat in de tussenliggende gebieden gedacht wordt aan een ‘intense stedelijkheid’ in de vorm van lagere bebouwing. Denk aan de dichtheid van bijvoorbeeld Rotterdam Noord. Hij hamert daarbij op openbare ruimte als verblijfsruimte, in plaats van als verkeersruimte, en vertelt dat er in de plinten en binnengebieden ruimte komt voor voorzieningen en kleinschaliger retail, maar zeker ook voor makers.

In de plannen voor de Oostflank gaat logischerwijs veel aandacht uit naar de brugverbinding over de Maas die er zal komen. Vanuit de politiek wordt de mogelijkheid opengehouden dat er ook auto’s overheen komen te rijden. Wat Jeroen betreft wordt het een brug enkel voor wandelaars, fietsers en de nieuwe sneltram. Op die manier kan de brug ook een verblijfsplek worden; een brug die op de oevers ‘als een octopus’ verbindingen legt, en onderdeel wordt van het rivierpark dat hier aan beide zijden van de Maas komt.

Met zijn bureau, Studio for New Realities, werkt Jeroen aan meer strategische visies voor stadsdelen, maar werkt hij ook aan masterplannen voor gebieden en ook aan gebouwen. Het bureau werkt dus echt door de schalen heen. Daarbij vertelt Jeroen dat hij met zijn bureau sterk gericht is op de strategie en op de programmering om tot fijne, levendige buurten te komen.

Naast de visie voor de Oostflank, illustreert Jeroen deze benadering aan de hand van het masterplan voor District U in Vlaardingen. Het gebied, waar Unilever lang een groot onderzoekscentrum had, wordt getransformeerd tot gemengd stedelijk gebied. In aansluiting op de havenactiviteiten ten westen van het gebied komt aan die zijde ruimte voor schone bedrijvigheid. In aansluiting op de woonbuurt ten oosten van het gebied komt aan die zijde ruimte voor woningbouw.

Vlaardingen ligt op de noordoever van de Maas, maar op die oever ligt vooral havenbedrijvigheid. De stad ligt daarbij ook nog eens achter een combinatie van dijk, metrolijn en autoweg. Met de ontwikkeling van District U zal de stad nu echt met de rivier verbonden worden. Daarvoor heeft Jeroen zich met zijn team hard gemaakt voor een extra verbinding van de stad het gebied in. En die gaat er komen.

In het gebied ontwerpt Studio for New Realities nu ook verschillende gebouwen. Het eerste betreft de strategische renovatie van het bestaande auditorium, dat het hart van de buurt moet gaan vormen. De tweede betreft sociale woningbouw voor een lokale woningcorporatie. Op dit voormalige industrieterrein mag de architectuur van die gebouwen stoer zijn, vertelt Jeroen.

Gesprek met Robert Winkel over Sawa als model voor de toekomst22 Dec 202301:05:41

Robert Winkel is ontwikkelaar bij Nice developers en architect bij Mei architects and planners. In de tandem van ontwikkelaar-architect heeft hij zijn nek uitgestoken met het uiterst duurzame, houten woongebouw Sawa in Rotterdam, dat nu in aanbouw is. Als ontwikkelaar en architect wil hij nu verder. Geen massieve betonbouw meer, alleen nog gebouwen die even duurzaam en sociaal zijn als Sawa, of beter. Enkel nog Paris Proof projecten dus.

De Architectenweb Podcast wordt mede mogelijk gemaakt door AGC.

Het was van tevoren niet zo bedacht, legt Winkel in de podcast uit, maar de bouwkundige structuur van Sawa blijkt ook goed bruikbaar voor andere gebouwtypen: gesloten bouwblokken, kubusvormige blokken, scholen, of woontorens tot wel 100 meter hoogte. Het bouwkundige concept dat hij met zijn team voor Sawa ontwikkeld heeft, vindt hij zo interessant dat hij op allerlei plekken in Nederland aan het kijken is of een plan à la Sawa haalbaar is. Daarbovenop trekt hij er komend jaar Europa mee in om te kijken of er in Duitsland, Noord-Italië, Noord-Spanje en Frankrijk interesse voor is. Een investering van Focus Real Estate in Nice Developers maakt dit mede mogelijk.

Wat maakt Sawa dan zo bijzonder? In de podcast gaat Winkel daar uitgebreid op in. De basis is een houten draagconstructie bestaande uit kolommen en balken. Voor de galerij op het noorden en de diepe balkons op het zuiden zijn de balken naar buiten toe verlengd. Op de balken liggen massieve houten vloerplaten waarop als massa gerecycled dakgrind gelegd is. Om ervoor te zorgen dat het hout altijd weer als schoon hout hergebruikt kan worden, en daarmee dus te kunnen claimen dat de CO2 in het hout opgeslagen blijft, vond Winkel het cruciaal dat de noodzakelijke massa op de vloeren droog zou zijn. Zo kwam hij met zijn team uit op recycled dakgrind. Dat schep je er zo weer af.

Het verhaal gaat verder in het groen dat rondom op de balkons aangebracht wordt. Dat groen heeft hij uitgewerkt in samenwerking met zijn vriend Piet Vollaard, die onlangs de tweede editie van zijn gids voor natuurinclusief bouwen presenteerde. Dat groen moet “aardig zijn om naar te kijken” maar is vooral dienstbaar aan insecten en vogels. Weer een heel ander verhaal betreft het ventilatiesysteem in het gebouw, waarin CO2-gestuurd buitenlucht binnengehaald wordt. Dat gebeurt zonder buizen en zonder voorverwarming of -koeling. “Vergelijkbaar met wanneer je een raampje open zou zetten.”

In het gebouw is de toepassing van beton geminimaliseerd. De fundering, begane grond en liftkern is ervan gemaakt. Meer niet. En dat beton is nu gerealiseerd. De volgende fase is de houtbouw, die tegen de zomer van 2024 klaar moet zijn. Na oplevering blijft Winkel met zijn team trouwens nog vijf jaar betrokken bij Sawa om te leren hoe alles in het gebouw zich houdt. Werkt alles zoals bedacht?

Naast de bouwkundige duurzaamheid heeft Winkel zich bij Sawa ook nadrukkelijk gericht op sociale duurzaamheid. Bijna de helft van de woningen valt onder de middenhuur. Ook zijn er verschillende gemeenschappelijke ruimtes voor de bewoners. Als ontwikkelaar neemt hij genoegen met een beperkte winst van 4-5%. Daardoor blijft er meer geld over om in het gebouw te investeren. Ook zijn zo meer betaalbare woningen mogelijk. En daar is het hem om te doen; een werkelijk duurzame en sociale architectuur te realiseren.

Toren van Babel – Gesprek met Evert Klinkenberg over bewegen en ontmoeten in hoogbouw21 Dec 202300:58:48

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is architect Evert Klinkenberg, mede-oprichter van BETA.

Evert vertelt over zijn ervaring in Zwitserland, waar hij studeerde aan de ETH, en bij kantoor Herzog & de Meuron meewerkte aan het ontwerp van de hoogste toren van Basel. 

Hij vertelt over zijn terugkeer naar Amsterdam, en de start van BETA, het architectenbureau dat hij samen met Auguste van Oppen begon. BETA heeft een systematische manier van werken ontwikkeld, waarbij onderzoek en ontwerp zich parallel ontwikkelen. Dat komt onder andere naar voren in het onderzoek dat het bureau deed naar beweeglogica in opdracht van de Gemeente Amsterdam. De ideeën uit dat onderzoek werden vervolgens realiteit in het gebouw De Draaier op Oostenburg in Amsterdam, dat recent werd opgeleverd. 

In het onderwerp drie generatie wonen was de volgorde andersom: het realiseren van een woning voor drie generaties zette het bureau op het spoor van een onderzoek, dat leidde tot een inspirerend boek in samenwerking met gebiedsontwikkelaar AM. We bespreken bovendien de kansen voor het wonen met meerdere generaties in hoogbouw. 

Tenslotte praten we over de fascinatie die Evert uit Zwitserland heeft meegenomen: mid-rise gebouwen als kans voor verdichting en als alternatief voor hoogbouw.

Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

Gesprek met Tess Broekmans over Oostenburg07 Dec 202301:19:12

Op één van de oostelijke eilanden in Amsterdam, Oostenburg, is de afgelopen jaren een stedelijke buurt verrezen die nagenoeg autovrij is en waarvan de hoge kwaliteit van de openbare ruimte en de architectuur in het oog springt. De gerealiseerde gebouwen in de buurt hebben een wisselende breedte en hoogte, een wisselend programma en uitstraling, en zijn door allerlei verschillende architecten ontworpen. In gesprek met stedenbouwkundige Tess Broekmans van Urhahn over het ontwerp voor de buurt die ze zelf typeert als een ‘pandenstad’.

Een stedelijk gebied dat in staat is om continu te veranderen, dat met en door haar bewoners gemaakt wordt; dat is een duurzame en aantrekkelijke plek om te wonen en te werken. Dat is de overtuiging van Urhahn dat in die context spreek over de Spontane Stad: een stad die werkelijk ruimte biedt voor initiatieven van bewoners, van collectieven en van bedrijven. Veel oude binnensteden konden zo spontaan groeien. En hier en daar zijn er gebieden met een vergelijkbare potentie. Zoals bedrijventerreinen met een versnipperd bezit die nu van kleur verschieten.

Op Oostenburg ontwierp Urhahn in 2011 de basis voor zo’n spontane stadsontwikkeling. Tussen de grote gebouwen op het schiereiland – Van Gendthallen, INIT en Werkspoorhal – ontwierp het bureau een pandenstad met een veel kleinere korrelgrootte. Om ruimte te bieden aan een diversiteit aan initiatieven en programma’s, was deze pandenstad opgebouwd uit kavels van verschillende groottes, waarop kleine en grote gebouwen gerealiseerd konden worden.

In Amsterdam werd er in 2011 bijna niet meer gebouwd. De kleinschalige verkaveling die Urhahn voorstelde, bood Stadgenoot – dat de meeste grond op Oostenburg bezat – de mogelijkheid om het gebied pand voor pand te ontwikkelen. Bottom-up.

Het liep echter anders. Toen de markt aantrok meldden zich al snel ontwikkelaars die verschillende velden in het gebied wilden ontwikkelen. Als een van de weinige gebieden in Amsterdam had Oostenburg een uitgewerkt stedenbouwkundig plan. Hier konden ontwikkelaars direct aan de slag. Daarop heeft Stadgenoot verschillende velden aan verschillende ontwikkelaars gegund. Het gaat om onder andere VORM, AM en Being. De onderlegger van de pandenstad is daarbij wel gebleven.

Ieder gebouw op Oostenburg heeft zijn eigen structuur en ontsluiting. Hoewel de buurt dus in grotere delen ontwikkeld is, kan het in de toekomst wel in kleinere eenheden doorontwikkeld worden, benadrukt Broekmans in de podcast.

Binnen het concept van de pandenstad paste geen ondergrondse parkeergarage die onder de verschillende panden zou doorlopen. Ook was de grond van het voormalige industriegebied vervuild. Het parkeren is daarom ondergebracht in een apart parkeergebouw, dichtbij de uitvalswegen. Broekmans geeft aan dat, mocht er in de toekomst minder behoefte zijn aan parkeerruimte, dat gebouw getransformeerd kan worden.

Tijdens de ontwikkeling van Oostenburg ging de stijging van de bouwprijzen gelijk op met de stijging van de woningprijzen. Dat is hier een geluk geweest, beaamt Broekmans. Daardoor is de ambitie wat betreft de architectuur overeind gebleven.

In de formulering van de maximale bouwenveloppen was ruimte gelaten om daar open gangen en trappenhuizen aan toe te voegen. Dat is ook bijna overal gebeurd. En dat vertaalt zich bijvoorbeeld in passages die van de straat naar de binnentuinen lopen, waar dan de hoofdentrees tot de gebouwen aan liggen, net als de fietsparkeergarages. Als gevolg daarvan zijn de bouwblokken in het gebied heel permeabel geworden. Overal kun je van de straat doorsteken naar de binnentuinen.

Deze podcast is mede mogelijk gemaakt door AGC.

Toren van Babel – Gesprek met Frank Suurenbroek over neuroarchitectuur en hoogbouw op ooghoogte29 Nov 202300:58:56

Toren van Babel is een maandelijkse serie binnen de Architectenweb Podcast. Hierin praat architect Daan Roggeveen (MORE Architecture) met ontwerpers, ontwikkelaars en andere experts die allemaal hun eigen perspectief hebben op hoogbouw. Doel is het antwoord vinden op de vraag: hoe maak je nu een echt goed hoog gebouw? De gast deze maand is Frank Suurenbroek, lector Bouwtransformatie aan de Hogeschool van Amsterdam.

Frank vertelt over zijn boek ‘Neuroarchitectuur, het ontwerpen van Hoogbouwbouwsteden op Ooghoogte’, dat hij samen met collega Gideon Spanjar schreef, en dat is verschenen bij uitgeverij NAi010. We praten over de verdichtingsopgaven waar de Nederlandse steden voor staan, en over de ontwerpoplossingen voor hoogstedelijk gebied die Frank en Gideon in het boek in beeld hebben gebracht. Frank legt uit hoe ze daarbij gebruik hebben gemaakt van kennis uit de neurowetenschappen om te begrijpen wat voor effect bepaalde ontwerpoplossingen hebben op mensen.

Daarnaast vertelt hij over zijn nieuwste onderzoek ‘Building for Wellbeing’, met daarin een parallelle analyse van de belangrijkste verdichtingslocaties in Nederland. We bespreken hoe je de essenties van zo’n verdichtingsopgave scherp kan krijgen, en hoe je de belangrijkste elementen in een plan houdt.

En we spreken over zijn passie voor stedelijke transformatie, en hoe zijn promotieonderzoek naar de stadsranden van Haarlem hem op dat spoor hebben gezet.

Het beeld bij de podcast toont een straatbeeld in Vancouver waarin door middel van een heatmap in beeld is gebracht waar mensen in zo'n straatbeeld precies naar kijken. Dat blijkt vooral te zijn waar ze andere mensen verwachten, dus op straat en in de plinten van gebouwen, maar er wordt zeker ook omhoog gekeken, naar de torens die boven de plinten uitstijgen.



Toren van Babel wordt mede mogelijk gemaakt door Stichting Hoogbouw.

Idee & Presentatie: Daan Roggeveen (MORE Architecture)
Productie & Techniek: Lieven Heeremans
Muziek: Job Roggeveen
Reacties: hoogbouw@more-architecture.com

© My Podcast Data